Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wending te zien nemen. En dat die inderdaad niet alleen niet aangenaam was aan Frankrijk, maar ernstige ontevredenheid bij de Fransche Regeering veroorzaakte, heeft ieder duidelijk kunnen lezen.

De lieer van Lynden roept de depêches van baron Tornaco van den 23sten Juni en 2 Juli 1866 in, ten bewijze dat de Luxemburgsche Regeering het Pruisische Gouvernement heeft aangesproken. Ik ontken dat niet, maar het is onze zaak niet. De vraag is wat de Nederlandsche Regeering deed. Mij dunkt wij mogen het besluit opmaken, dat deze van den beginne af de aangelegenheden van Luxemburg en Limburg als ééne aangelegenheid heeft beschouwd en behandeld, totdat zij tegen het einde van Maart, beangst geworden voor de gevolgen, het onbegrijpelijk denkbeeld van middelaarschap opwierp.

Een derde en laatste punt. Wat bewoog ons, wat kon ons bewegen aan de conferentie te Londen deel te nemen i Ik kan erkennen, hetgeen de Minister zeide dat wanneer wij eens in de conferentie zaten, en daar eene garantie, die wij reden hadden niet te aanvaarden wierd voorgesteld, wij moeilijk konden weigeren tot het sluiten van het traktaat mede te werken. Wij konden dan moeilijk de conferentie verlaten. Maar welke was de stand der zaak ? Wij wisten te voren dat het om die garantie voornamelijk te doen was. Dit wordt mede door den Nederlandschen gevolmachtigde bij het eerste protokol verklaard. De gezanten zijn gekomen met de missie om eene collectieve garantie voor de neutraliteit van Luxemburg vast te stellen. Was dat niet waarschuwing genoeg tegen deelgenootschap aan eene conferentie, waartoe, voor zooverre ik kan zien, geene enkele reden, geen enkel Nederlandsch belang ons uitnoodigde?

Men zegt: de garantie is zoo bedenkelijk niet, en haalt aan wat graaf Derby daarover gezegd heeft. Ik wil daarover niet spreken, maar slechts twee punten herinneren. Vooreerst het onderhoud van graaf von Bismarck niet den Engelschen gezant te Berlijn, dat wij uit de depêche van 17 Mei aan zijn Minister kennen. De heer van Lynden zoekt de kracht der garantie in eene moreele verbindtenis. Dit is juist het punt tusschen den Engelschen gezant en graaf von Bismarck ter sprake gebracht, en waarbij deze verklaart, dat hij met eene moreele verbindtenis geen genoegen kan nemen, die in het geval van Luxemburg van geenerlei waarde voor Pruisen zou zijn.

Eene tweede opmerking. Men heeft zich, meen ik, door den Pruisischen minister meer dan eens zien verrassen; doch zoo het er op aankwam om deze verbindtenis gestand te doen, en men geloofde dan dat hij zich met eene moreele garantie zou tevreden stellen, men zou zich sterker teleur gesteld vinden dan nog ooit in eenige ontmoeting met den heer von Bismarck.

Wanneer ik mij voorstel dat de Minister van Buitenlandsche Zaken, in stede alle deze wendingen te nemen, alle deze wegen en omwegen te bewandelen, van den beginne af op niets gestaan

Sluiten