Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

telkens eene goede reden zal worden gevonden, waaroui toen bij de bepaling van een werk niet te gelijk een termijn gesteld is.

Ik zou dit evenzeer durven aannemen als in den twist onlangs gerezen over het aantal sluizen, door de concessie voorgeschreven of oorspronkelijk bedoeld. Een nader onderzoek zal daar leeren, dat van het begin af in de concessie niet anders sprake is geweest dan van ééne sluis voor de scheepvaart, van afmetingen volgens het toenmalig advies der kamer van koophandel voldoende. De oorspronkelijke concessie bevatte hoegenaamd geen plan van werken ; eerst een volgend Minister deed daarin, alvorens de bekrachtiging aan de Vertegenwoordiging te vragen, een plan der uit te voeren werken omschrijven.

Toen werd dus voor het eerst van sluizen, en daaronder van ,,de schutsluis voor de scheepvaart" gewaagd. Bij eene latere wijziging oordeelden de ingenieurs de laatste woorden, als eene nuttelooze bijvoeging, te moeten weglaten, daar het van zelf spreekt dat eene schutsluis voor de scheepvaart bestemd is.

In de schets, welke de oorspronkelijke concessionaris aan de Ilegeering onderwierp, werden, meen ik, drie sluizen voor de scheepvaart en voor de uitwatering door elkander genoemd. De ingenieurs echter der Regeering, van oordeel dat het niet samenging eene schutsluis voor de uitwatering of omgekeerd te bestemmen, en dat zelfs de twee kleine sluizen voor de uitwatering zonder stoommachine niet voldoende waren, onderscheidden, volgens hun begrip van juistere wetenschap, hetgeen de concessionaris niet onderscheiden had.

Op gelijke wijze, als hierin, zal men bij een nauwgezet onderzoek, geloof ik, ontdekken, waarom niet te gelijkertijd bij de goedkeuring van eenig ontwerp een termijn voorgeschreven is.

Ten slotte zou ik den Minister wel in overweging durven geven, of hetgeen de heer Pijnappel in de laatste plaats heeft bijgebracht, niet juist is. Er kunnen goede redenen zijn, waarom men geen termijn bepaalt wanneer het werk nog niet is aangevangen; doch waarom zou men dien later niet stellen, zoo dit in het belang der zaak ware? Het is zeer mogelijk, dat een termijn niet vooraf met juistheid bepaald kan worden, doch zeer wel wanneer het werk in gang is. Welke inbreuk zou er op de concessie geschieden, indien de Ilegeering voor werken, tot zekere hoogte gevorderd, een termijn, zoo noodig, bepaalde?

Het kwaad, hernam de minister, schuilde niet daarin, dat het werk zonder termijnsbepaling was goedgekeurd; de fout was bij de wet van 1864 begaan. (Vergelijk, Parlementaire redevoeringen, Dl. 1863 —

1864, blz. 237 en 268).

Ik wil alleen nog ééne opmerking aan de Vergadering onderwerpen. De Minister trekt nu partij voor eene voormalige oppositie in deze en in de Eerste Kamer. Die oppositie en de redenen, waarmede zij gevoerd werd, zijn door den toenmaligen Minister beantwoord.

Sluiten