Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om alle belangen van liet. spoorwegverkeer, die met deze wisseling van inzicht samenhangen.

Hiermede hangt toch de geheele spoorwegverbinding te Rotterdam samen, zooals de vraag, hoe niet alleen Delft en Schiedam, maar ook, wanneer dat werk voltooid zal zijn, de nieuwe Maasmond in ons spoorwegnet zullen opgenomen worden. Met de aansluiting te Rotterdam hangt het verband tusschen het Noorden en Zuiden, het verband van den Hollandschen spoorweg met de aanstaande Zuiderlijnen van den Staatsspoorweg op dat middenpunt van spoorwegverkeer samen.

Zouden wij nu over zoo gecompliceerde belangen, terwijl ook over de Staatsspoorwegverbinding van Rotterdam tot dusverre niet beslist is, binnen vier en twintig uren een onderzoek in de sectiën aanvaarden? Het geldt in de eerste plaats van mij zeiven, zoo ik meen dat nauwelijks iemand dan behoorlijk kan voorbereid zijn. Stelt men toch niet het verlangen op den voorgrond om tot eiken prijs de aansluiting van 's Gravenhage met Gouda te verkrijgen, maar beschouwt men de zaak in haar verband, dan zal, wanneer men met eene niet voltallige of niet genoeg voorbereide Vergadering in het sectie-onderzoek treedt, een onvolkomen verslag worden opgemaakt, dat intusschen de grondslag van instructie voor de Kamer zal zijn.

Daarom scheen mij het voorstel om heden in de sectiën te onderzoeken ontijdig. Onderstelt men dat de Kamer langer zal bijeen blijven, het tegendeel van het vermoeden waarin men tot nog toe verkeerde; kan men eenige dagen tijd voor deze zaak nemen, wordt een dag meer tot voorbereiding gelaten, zoodat dit onderwerp behoorlijk onderzocht en rijp worde voor beraadslaging; kan men op een langer samenblijven der Vergadering rekenen, dan heb ik geen bezwaar tegen den wensch tot onderzoek.

Ik herinner, Mijnheer de President, dat wij u hebben zien aarzelen, toen in de vergadering van gisteren de Minister van Binnenlandsche Zaken verzocht, dat het antwoord op de vragen van den heer Pijnappel tot Woensdag wierd uitgesteld. Blijkbaar bestond de twijfel, of men Woensdag nog wel eene voltallige Vergadering zou hebben. Is die ongegrond, blijven wij nog bijeen, dan zal de Centrale Afdeeling de zaak opnieuw kunnen overwegen. Maar het genomen besluit betrof het onderzoek op heden.

Op naderen aandrang, om de ontwerpen nog in de afdeelingen te onderzoeken.

De geachte afgevaardigde uit Gouda, de heer de Brauw, is in eene discussie van het fond van de zaak getreden. Hij kwam als voorspreker ten gunste van het ontwerp op. Hebben wij nu echter met het fond der zaak te doen?

Ik zou mij eene discussie, ik ineen van 18G3, kunnen herinneren, toen aan de Regeering nogal sterk verweten werd, dat zij

7*

Sluiten