Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hare bevoegdheid kunnen doen gelden en gedurende zekeren tijd nog den aanleg en de exploitatie, krachtens deze conventie, kunnen tegenhouden.

De omschrijving der richting. De Rijnspoorwegmaatschappij zal kunnen „volstaan", indien al de vordering mocht gedaan worden, den weg te leggen in de richting, die hier in het algemeen wordt aangegeven. Zij zal kunnen volstaan, Mijnheer de President, en waartoe wordt de richting hier omschreven ¥ Ware geene richting

o o o

bepaald, de Regeering zou die, gelijk bij andere publieke werken, kunnen bepalen naar den eisch van het algemeen belang, zooals die tegen den tijd der uitvoering blijken zou. En zoo dan eene andere richting, dan die in de conventie wordt aangeduid, meer in het algemeen belang is, zal evenwel de Rijnspoorwegmaatschappij met dit tracé kunnen „volstaan".

Wij weten van den Staatsspoorweg te Rotterdam nog niets. Is het niet zeer denkbaar dat de begrippen, die bestonden toen de conventie gesloten werd, eene groote wijziging ondergaan? Ik zou haast durven vragen: is de richting niet bepaald in de veronderstelling van zekere aansluiting van den Staatsspoorweg te Rotterdam, die toen in overleg was, misschien nog is, maar waarop men om meer dan eene reden zich genoopt zou kunnen vinden terug te komen? Doch dan zal men door het voorschrift der conventie gebonden zijn. Dit is, dunkt mij, evenmin in het belang van het spoorwegverkeer, als het met een duidelijk recht der Regeering strookt, hare macht tot bepaling der richting te laten beperken.

Ik zal niets zeggen van art. (5. Ik ben van het gevoelen van hen, welke daarin eene clausula poenalis zien, ten gevolge waarvan de Rijnspoorwegmaatschappij zich voor het millioen van de eventueele vordering zal kunnen afmaken. Het is de compensatie van de kosten, schaden en interessen, welke de Staat, een nieuw proces willende voeren, van de Rijnspoorwegmaatschappij zou te eischen hebben.

De conventie van den Minister van Financien, op denzelfden dag gesloten, heeft mij desgelijks in liooge mate bevreemd. Die bevreemding is niet weggenomen door hetgeen de Minister gisteren zeide en hetgeen mij niet anders dan eene paraplirase scheen van hetgeen in de conventie gelezen wordt.

Kan het aangaan, tegenover zeker voordeel, door den Staat, wat betreft het brievenvervoer, verlangd, voortzetting der vrijstelling van een politievoorschrift te laten plaatsen? Daaruit volgt wel niet dat de Regeering die vrijstelling, in het publiek belang, niet zou kunnen intrekken. Maar het behoud der vrijstelling is toch het beding van hetgeen de Maatschappij ten behoeve van den postdienst wil toestaan. Mij dunkt, tweeërlei zeer ongelijksoortige voorwaarden zijn hier tegenover elkander gesteld, waarvan de eene niet mag strekken tot compensatie van de andere.

De rede van den Minister van gisteren.

Het bleek reeds, dat ik het voordeel, hetgeen de Minister in het bepalen der richting bij overeenkomst ziet, niet kan inzien.

Sluiten