Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het verwondert den geachten spreker dat de Commissie niet kon nagaan welke verklaring wordt bedoeld wanneer de Regeering als „résultat important de notre action diplomatique het verkrijgen noemt eener „déclaration spontanée et explicite du Cabinet de lïerlin qu'il n'entretenait, par rapport au Limbourg, aucune intention attentatoire a 1'intégrité du Royaume." Ik vroeg in de Commissie of iemand wist waarop dat doelde. Wij herinnerden ons wel het telegram van graaf van Bylandt, dat de Minister op 5 April hier voorlas. Het zegt: „le Comte Bismarck interpelh' aujourd'hui par moi m'autorise a déclarer en son nom que le Gouvernement Prussien considère le Limbourg comme entièrement libéré de tout lien politique avec 1'Allemagne, et qu'il est disposé a le constater prochainement par un document officiel quelconque, bien qu'il juge cette formalité superflue après le vote du parlement Allemand." Is dat de „déclaration", welke de Ministei inioept. Ons kwam het niet zoo voor.

De Luxemburgsche quaestie. Hierbij schijnt de heer W. van Goltstein aan de Commissie te verwijten, dat zij spreekt van ondeiliandelingen, tusschen Nederland en Frankrijk gevoerd. Wat doet het rapport?

Het haalt de ministerieele circulaire van 25 Juni loOi aan. Daarin wordt op bladz. 53 der Bescheiden verhaald, dat onze Regeering. na het antwoord van 10 Februari van graaf Bismaick, meende zich tot de groote mogendheden, in de eerste plaats tot Frankrijk en Engeland, te moeten wenden. Daarop, zegt de Ministei, adresseerde ik den 20sten Februari naar Parijs en Londen de depêche: „dont le marquis de Moustier a donné un résumé dans sa lettre au Ministre de France a la Haye du 27 Février.

En nu werd, zegt de circulaire „comme vous aurez vu par les documents communiqués au corps législatif, de heer Baiulin belast, „d'aviser avec le Gouvernement Aéerlandais aux moyens d ecarfcer les éventualités que nous redoutions." Eene onderhandeling die, volgens hetgeen in de circulaire volgt, dadelijk den afstand van Luxemburg aan Frankrijk tot onderwerp had.

Zijn die onderhandelingen enkel verbaal geweest, het waren onderhandelingen. Wil men die onderhandelingen officieel of anders noemen, het rapport treedt daarin niet. Het houdt zich aan de ministerieele mededeeling, welke aan liet geachte lid, die met zooveel scherpzinnigheid den loop eener diplomatische beweging weet te volgen, schoon geen vriend van publiciteit, schijnt ontgaan te zijn.

Het geachte lid kan niet begrijpen, waarom het rapport op blad 3, no. III, de verklaring, dat de Regeering haar middelaarschap ook aan Frankrijk dacht aan te bieden, „geheel onvei wacht noemt. W^at was gebeurd? Er was onderhandeld met frankrijk, dat zich met de onderhandeling, in Berlijn te voeren, zou belasten. Ook om „toute ditficulté entre les Pays-Bas etlaPrusse in Berlijn te veretfenen. En in dien stand der zaak denkt de Nedeilandsche

Sluiten