Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik volg de zinsneden der Nota van Beantwoording.

De Kamer zal niet ten kwade duiden, wanneer de Regeering „met stilzwijgen voorbij gaat hetgeen in het Eindverslag voortkomt omtrent de benoeming van den heer Myer tot Gouverneui-

„Generaalioof ^ ^ ^ ^ aan het Ministerie ten kwade

zal duiden, indien het Ministerie gelieft ons niet kwalijk te nemen;

vooreerst de opmerking, die als rectificatie moge gelden, dat het in het Eindverslag niet te doen was om de benoeming van den heer Mij er tot Gouverneur-Generaal op zich zelve, maar om de ontheffing van de taak, hem hier opgedragen, eene ontheffing die het Kabinet van karakter deed veranderen en ieder teleurstelde, daar hetgeen men voornamelijk van dit Ministerie verwachtte, op de medewerking, op het initiatief van den heer Mijer rustte.

Ten andere, dat wij door .,de breede verantwoording , die het Ministerie inroept, de grief niet weggenomen achten.

,Thans wordt door bestrijders van de Regeering beweerd, dat „deze een onbegrijpelijk proces voor haar eigen bestaan voert.

De juistheid dezer opvatting kan niet worden toegegeven. Veeleer ^heeft de Kamer van den 2den Maart jl. af een proces door een "deel harer leden tegen de Ministers zien voeren."

De Kamer vergunne mij in den geest der leden, wiei gevoelen hier bestreden wordt, te vragen: wie heeft het proces begonnen:1 Was het niet het Ministerie, dat, zich door de afstemming der begrootinc van Bnitenlandsche Zaken veroordeeld achtende, daartegen opkwam door hetgeen toen en later appèl aan de kiezers of"aan eene andere Kamer genoemd is?

Dit proces werd zoo spoedig aangevangen, dat aan het Ministerie de gelegenheid ten eenen male werd afgesneden om te doen hetgeen men thans eischt, zich te vergewissen of het in de nieuwe Kamer op eenige meerderheid kan rekenen".

Is dit een juist en billijk verwijtV

Moest men niet, vóór den aanvang der gewone werkzaamheden, zijn oordeel vestigen of men met dit Ministerie nog een weg voor zich za»? Moest men voortgaan alsof er niets gebeurd ware. Aou het niet veeleer een billijk verwijt geweest zijn wanneer men, na in den gewonen loop te zijn getreden, later met de prealable vraag

voor den dag ware gekomen?

„Niettemin stelde de Regeering in den loop der tot nog toe „gevoerde beraadslagingen tweemaal eene Kabinetsquaestie, die beide "keeren door hare bestrijders werd ontweken."

„Tweemaal eene Kabinetsquaestie.

Van wien men het stellen eener Kabinetsquaestie voor.de Kamer zou hebben gewacht, tot dusver dunkt mij, van dit Ministerie niet. Van dit Ministerie niet, zoo bereid en zoo rasch met waarschuwing aan de Kamer, dat zij geen oordeel uitspreke hetgeen verwijdering van een Ministerie ten gevolge mocht kunnen hebben. Dit Ministerie beroemt zich, als op eene uitdaging aan de Kamer, door deze me

Sluiten