Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik antwoordde: „2oo het niet anders kan," doch veïzocht Verschoond te blijven, mijn gevoel tegenover den Koning vergelijkende met hetgeen mij, niet genegen om de wapenen te dragen, zou bezielen, wanneer de nood aan den man kwam, en dus tot opneming van

liet geweer verplichtte. ,, »

Moreele macht boven ambtsmacht stellende, bleef ik uit eene natuurlijke zucht tot vrijheid steeds in het gevoelen van 1848 en was ik het nu meer dan ooit.

Welke was de gedachte, waarin het mijn plicht was de voordracht tot samenstelling van een nieuw Kabinet aan den Koning te doen? Welke moest de geest der voordracht zijn?

Het oorspronkelijke plan was, meent de geachte spreker, dat degene, die nu de eer heeft tot de Vergadering te spreken, in het

Kabinet trad. ,,,,,, j i

De geachte spreker bedriegt zich: dat denkbeeld bestond noch vroeger "noch later. Bij mijne politieke vrienden ontmoette ik ontevredenheid over mijne onthouding, maar wie had gedacht dat ook mijne tegenstanders mij die kwalijk zouden nemen t

Ik 'zal de gedachte, waarin ik gehandeld heb, zoo eenvoudig

mogelijk open leggen.

De eerste en hoofdgedachte: een Bewind in den grondtoon van het land, waarmede, mijns inziens, alleen een liberaal Bewind overeenstemt. Een zuiver liberaal Bewind, niet een van die proefnemingen, mixtuur van liberaal en niet liberaal, waaraan het laatste Ministerie zich niet schuldig heeft gemaakt, doch die wjj vóór 1862 bijgewoond hebben, en waarbij ik de welwillende gezindheid van hen, die zich aan het hoofd dier proefneming plaatsten, erken, doch eene mixtuur die mij een ongezonde drank schijnt. Van mij kon niemand eene andere dan de voordracht van een oprecht liberaal

Bewind verwachten.

„Liberaal." De geachte spreker verlangt dat wèl uiteen gezet

worde wat men onder liberaal versta.

Is dit, na al hetgeen in de laatste jaren gebeurd is, waarin de scheiding tusschen liberaal en niet-liberaal zich nog al duidelijk openbaarde, nog noodig? Ware het, na al het gebeurde, nog noodig te constateeren, wat liberaal is en niet-liberaal, of op welke grondslagen „vooruitgang" moet worden gevestigd, willen wij dan voor dat thema niet eenen nieuwen dag nemen, en daarover eene nieuwe interpellatie openen?

„Waarom niet de mannen der oppositie in het Bewind genomen?" Dit brengt mij tot de tweede gedachte die mij bestuurde en, meende ik, mij besturen moest bij de voorstellen, aan het geëerbiedigd Hoofd van den Staat te doen: zoo mogelyk een Bewind buiten leden der Kamer en dus in de eerste plaats met uitsluiting van mijzelven. Waarom?

Niet alleen in deze Vergadering, maar ook daar buiten bleek duidelijk, hoe hoog in den strijd tegen het vorig Bewind het antagonisme gerezen was. Een scherp tegenover elkander in de

Sluiten