Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behoefden. Onder voorgangers zijn de plagers van den Minister van Koloniën te verstaan.

Inbreuken op de rechten en instellingen van de Indische maatschappij, door conservatieve besturen gepleegd. Is het niet genoeg, wanneer ik enkel ééne reeks van feiten herinner?

Sedert, met den generaal van den Bosch, Gouvernementsindustrie en dienstbaarheid der bevolking aan die industrie hoofdbeginsel van ons bestuur op Java werd, zijn het niet, van dien tijd af, conservatieve besturen, — of welk andere? — geweest die zich onophoudelijk inbreuk op grondrecht en bezit der inlandsche maatschappij veroorloofden? Aan het inheemsch grondrecht en bezit is het bestaan der dessa op het nauwst verbonden. En heeft niet dat grondbestanddeel der Indische maatschappij onder de maatregelen der conservatieve besturen geleden?

Ik zal niet meer zeggen.

Het waren voornamelijk de gemeenten, in haar zelfstandig recht en wezen, waarop ik doeide, toen ik zeide, dat wij, zooveel mogelijk, het gepleegde onrecht moeten goedmaken en herstellen.

De Minister heeft mij verstaan, alsof ik, op ontwikkeling uit ei^en kiem en eigen levenskracht aanhoudende, eiken anderen invloed

O .

wilde uitsluiten.

Het misverstand is sterk en bevreemdt mij. Ik moet mij, tegen mijn wensch, hoogst onduidelijk uitgedrukt hebben. In allen geval heb ik niets minder dan hetgeen de Minister verstaan heeft, bedoeld. Hij vraagt: «is de invloed van Westersche begrippen, daar waar wij met een Oostersch volk omgaan, te vermijden?" Neen; en zoo het kon, het ware niet wenschelijk. Het zou waarlijk niet wenschelijk zijn, dat hoogere intellectueele vorming buiten invloed bleef op een minder ontwikkeld ras. Doch waarvan was sprake? Niet van begrippen van individu's, maar van de burgermaatschappij in haar geheel en hare hervorming naar andere rechten en instellingen dan de hare. Is eene Oostersche maatschappij voor zoodanige hervorming, in strijd met hare historie en beginselen, vatbaar? Dit is de vraag. Mij dunkt, uit het geheele betoog van den Minister blijkt dat hij geen ander antwoord kan geven dan ik gaf; en waarmede de gedachte aan heilzame bevruchting dier beginselen door aanraking met onze hoogere beschaving volkomen samengaat.

Liberaal. De Minister heeft door mijne verklaring ontdekt, dat hij deel uitmaakt van een „zuiver liberaal" Kabinet.

Misschien heb ik de bewoording in eene vroegere rede, bij gelegenheid eener interpellatie over den oorsprong van dit Ministerie" gebezigd. Ik kan ze althans zeer wel gebezigd hebben, doch dan in welken zin? Blijkbaar in tegenoverstelling van een gemengd of zoogenaamd Kabinet van fnsie. Een Kabinet van fusie scheen mij, ik wil het wel zeggen en misschien heb ik het reeds toen gezegd, als opvolger van het vorig Ministerie niet onnatuurlijk; maar van mij, zoo mij de samenstelling werd toevertrouwd, was geen andere voordracht te verwachten dan die van een onvermengd

Sluiten