Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vernement oin aau de Indische Spoorwegmaatschappij de ontbrekende middelen tot voltooiing van den weg Samarang te verschaffen. De Kamer, dat doende, laat zich niet weerhouden door kritiek, die wellicht over tekortkoming, verzuim, misrekening in de handelingen van de Maatschappij zou kunnen worden uitgeoefend, noch dooide bedenking, dat voor het tot stand komen van het werk met de nu gevraagde middelen geene „absolute zekerheid'' gegeven wordt. En mijns inziens terecht. Is er wel onder alle maatschappijen, die sedert 20 of 30 jaren Europa, Noord-Amerika, Britsch-Indie met spoorwegen hebben overdekt, eene enkele die niet moeilijke tyden te doorworstelen had; van wie men zou kunnen zeggen dat zjj geen feilen gepleegd heeft of absolute zekerheid aanbood ? Niettemin zijn de spoorwegen gelegd, en vergeleken met het getal van die, welke van Staatswege zijn gebouwd, is het groote overwicht der voortbrengende kracht aan de zijde der particuliere ondernemingen geweest.

Indien de Kamer zich door dergelijke bedenkingen niet laat weerhouden, zal zij ook gehoorzamen aan eene grondstelling, die bij het behandelen van zaken als deze groote waarde heeft: op den weg waarop men eens is, zoo lang daarop het doel kan worden bereikt, te volharden, liever dan op een half afgelegden weg terug te gaan om een beteren te zoeken. In elk geval zou Staatsaanleg mij niet de betere weg schijnen.

Indien ik mij nu niet bedrieg in de genegenheid der Kamer, om met de Regeering de Maatschappij tot voltooiing van den weg Samarang in staat te stellen, welke is dan de moeilijkheidV Zij ligt in de koppeling van hetgeen voor de uitvoering van de concessie Batavia—Buitenzorg gevraagd wordt met de ondersteuning der lijn Samarang—Vorstenlanden.

Is de Kamer ongenegen om, zoo het noodig is, dat onder waarborg van den Staat de noodige gelden voor den aanleg van die lijn worden opgenomen, daartoe mede te werken? Uit hetgeen ik tot dusver las en hoorde, is mij van zulke ongenegenheid hoegenaamd niets gebleken. Integendeel, men is genegen; er bestaat goede wil om ook in dit opzicht met de Regeering mede te gaan.

Welk is dan het bezwaar ? Dat de zaak van den weg Batavia— Buitenzorg voor de Kamer niet geïnstrueerd is. Men heeft sedert jaren wel hooren spreken van eene verleende concessie voor de lijn Batavia—Buitenzorg, maar de Kamer was zelfs met het stuk onbekend. Bij het Voorloopig Verslag werd overlegging gevraagd, en eerst toen heeft de Kamer mededeeling van de concessie ontvangen.

Wat is tot dus ver, wanneer de medewerking der Vertegenwoordiging voor dergelijk groot publiek werk, ingeroepen werd, usantie, ik durf zeggen, goede usantie geweest? Dat van wege de Regeering aan de Kamer de noodige données ter beoordeeling werden onderworpen. Wat is er gedaan om richting en terreinen op te nemen? Wat moet de weg kosten? Welke zijn de vooruitzichten?

Niets van dien aard is door de Kamer onderzocht, en zij moet

'l'HORBECKE, Parlementaire redevoeringen, 1867 —1868. 12

Sluiten