Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verwachten? De klagende burgers kunnen zich ook herinneren, dat men in tijd van vrede wel eens toegeeft aan weelde, en tot overmaat van middelen zonder vermeerdering van kracht vervalt. Zij zouden zich kunnen herinneren, dat het Fransche leger in de laatste jaren der regeering van Louis Philips honderd generaals meer telde dan onder het eerste Keizerrijk; en dat de staven toen een personeel van boven de 4000 sterk waren met eene uitgave, die het dubbel was van hetgeen de staf der arméeen van Austerlitz kostte. Zij zouden zich het voorbeeld kunnen herinneren, door Scharnhorst en Boijen gegeven, toen na de nederlaag bij Jena Napoleon aan Pruisen verboden had, meer dan 42 000 man onder de wapenen te houden. Wat deden toen die officieren? Zij trachtten met het kleinste effectief de kaders dienstbaar te maken aan de formatie van reserves, zoo talrijk mogelijk, voor de toekomst.

Gisteren zeide generaal Knoop, in overeenstemming met den heer Viruly: „men moet den volksgeest aan zijne zijde hebben." Doch wanneer wij aan de burgerij zeggen: „gij kunt de zaken niet beoordeelen", is dat het middel om den volksgeest aan zijne zijde te krijgen?

Ik heb bijkans acht jaren lang een strijd over de oorlogsuitgaven bijgewoond tusschen Ministers van Oorlog en die van Financiën. In dien strijd, vervulde de Minister van Financiën, anders in vele opzichten juist niet de meest populaire Minister, de pupulaire rol.

Inderdaad is vermindering van oorlogskosten een populair thema, doch dat, juist uit dien hoofde, aar een gevaar van overdrijving bloot staat, waartegen wij ons zeiven en, zoover onze invloed reikt, anderen moeten trachten te behoeden.

Wat mij betreft, ik denk over de noodzakelijke zorg voor onze defensie anders dan ik dacht vóór de mishandeling van Denemarken en de gebeurtenissen van 1860. Ik ben met den heer Knoop van het gevoelen, hetgeen ik reeds eenige jaren geleden in deze zaal uitsprak, dat, sedert die gebeurtenissen, de onafhankelijkheid van de kleine Staten grooter gevaar loopt dan ooit. Tot aan dien tijd mocht men zich vleien, en zoo vleiden zich de volken, de groote en kleine mogendheden, dat langzamerhand matiging van wapenen, zoo niet ontwapening, naderde. Mag sedert 1866 iemand nog die hoop koesteren? Sedert 1866 is het streven der Europeesche Statenmaatschappij juist het omgekeerde van den eisch, dien men, zeer terecht, aan de inwendige organisatie der Staten stelt. Terwijl hier wat men decentralisatie noemt verlangd wordt, is daar concentratie van maoht de lens geworden. Het zal ons weinig baten, dat wij tegen die richting ons op een beweren van eigen nationaliteit beroepen. Ik zou het wenschen, maar vrees, dat, zoodra het er op aankomt, gewapende pogingen van eene of andere mogendheid voor dat beweren niet zullen stilstaan.

Ondertusschen begint zich meer en meer eene algemeene beweging te openbaren tegen de hoogte der oorlogsuitgaven en tegen hetgeen, buiten het geld, door het defensiewezen in tijd van vrede

Sluiten