Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betrekkelijke verordeningen." Die verordeningen kunnen gewijzigd worden in een geest, dien ik reactionair zou noemen, 0111 het cultuursysteem in vollen bloei te herstellen. De derde alinea moest, dacht ik, juist strekken om die exploitatie van den grond van den Javaan langzamerhand op te heffen.

Ziedaar mijne vraag. Welke beteekenis verlangt de Minister, dat gehecht worde aan het beginsel, wanneer aldus gelijk nu de alinea volgens de wijziging luidt, onteigening ten algemeenen nutte en beschikking ten behoeve van de op hoog gezag ingevoerde cultures gepaard worden V

Nog één woord, en dat woord heeft betrekking tot hetgeen ik gisteren zeide en door den Minister werd beraamd. Ik deed opmerken, dat de voorname kracht van 147 der Grondwet niet hierin ligt, dat, wanneer gronden worden ontnomen, daarvoor schadeloosstelling moet worden betaald; maar dat aan niemand zijn goed mag ontnomen worden dan ten algemeenen nutte. Dat is de hoofdwaarborg, zonder welken ik zelfs in „voorafgaande schadeloosstelling" een zwakken troost zou vinden. Schadevergoeding bij beschikking over gronden van inlanders werd, geloof ik, althans sedert eene reeks van jaren, reeds verleend. Doch de hoofdzaak is, dat de Javaan niet uit zijn bezit kunne gezet worden, tenzij dit strekken moet ten algemeenen nutte. In alle andere gevallen behoort er vrijwillige overeenkomst met den bezitter van het land te zijn. Ziedaar — ik gebruik ongaarne een woord dat wel eens tot partij leus dient — liet liberale beginsel.

Wat de suikercultuur betreft, zoo voor de bestaande, afloopende contracten nog eene overgangsbepaling, eene beschikking op den ouden voet, vereischt wordt, zij behoort, dunkt mij, in de speciale wet, die komen moet en, al wierd de aanhangige voordracht niet aangenomen, komen zal.

Ik wensch verstaan te worden in den geest, waarin ik sprak. Het is eene vraag, en zoo de Minister kan verklaren dat de alinea, ondanks de wijziging, al de waarde behoudt, die zij in mijn oog, gelijk in het zijne, hebben moet, dan zal ik mijne vraag beantwoord achten.

Aangezien in liet lid voorschriften werden gemaakt over „beschikking" — verzekerde de minister — ging liet niet aan „eenige soort van beschikking onvermeld te laten." Hoofdbeginsel bleef: geene beschikking dan ten algemeenen nutte. Maar behalve beschikking ten algemeenen nutte in den eigenlijken zin, had beschikking plaats ten behoeve van de op hoog gezag ingevoerde cultures. Die beschikking, rustende op verordeningen, die nog niet vervangen waren, mocht niet worden voorbijgegaan. Kene overgangsbepaling was noodzakelijk. "Wat was daartegen? Het regeeringsreglement bevatte er immers meer. B.v. in artikel 59.

De eerste grond, waarmede de Minister mij denkt gerust te stellen, ligt in het woord „beschikken". Wij hebben, zegt de Minister, liet woord „beschikt" gebruikt en nu moeten wij aan de hand van

Sluiten