Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

baarheid in het licht van gebeurtenissen, die, geloof ik, zeer kundige mannen, vóór dat zij plaats hadden gehad, onmogelijk keurden, in hooge mate geklommen zijn?

Ik zal niets zeggen — het zal later een thema van discussie zijn, een punt van groot verschil tusschen den geachten afgevaardigde en mij — ik zal niets zeggen van het beweren van den heer Heemskerk Az., dat wij nu gelukkig af waren van de vestingwet, en dat dit Ministerie die had moeten laten rusten. Een enkel woord van zijn verlangen dat de wet tot regeling der schutterijen, in de vorige zitting en in deze opnieuw ingediend, aan de orde gekomen en niet ingetrokken ware. Dat ontwerp is niet formeel ingetrokken, maar ik heb niet verlangd dat het in de sectien behandeld wierd — de Kamer bleef natuurlijk meesteres — daar het, door het vorige Ministerie aangeboden, door het tegenwoordige moest worden herzien. De Minister van Oorlog had omstreeks Februari aanvaard, en in de eerste weken en maanden van zijn ministerie andere dingen te doen dan zich bezig te houden met die wet. Voorts in de orde, die men zich voorstelde, moest, in overeenstemming met het verlangen der Kamer, eerst de vestingwet, dan herziening van de militiewet, en ten laatste de schutterij volgen. Iedereen herinnert zich, gelijk ik mij duidelijk herinner, het meermalen uitgesproken verlangen, dat eerst het overige georganiseerd wierd, dewijl men dan pas zou kunnen beoordeelen, welke taak op de schutterijen zou moeten worden gelegd. Vandaar dat de Regeering, gevraagd, eene nieuwe schutterijwet niet vatbaar voor behandeling in deze zitting keurde. Waar zou men den tijd hebben gevonden?

Ten slotte, Mijne Heeren, nog drie punten, die ik aanstip als karakteristiek voor den geest van het Ministerie in het algemeen, waarop het bij eene Regeering, geloof ik, steeds meer dan op bijzondere daden, zal aankomen.

De heer van Lynden bedreigt mij met eene coalitie van conservatieven, anti-revolutionairen, Roomsch-Katholieken en — heeft hij radicalen of ultra-liberalen genoemd? ik weet het niet, —1 in elk geval een ras dat van de drie vorige verschilt. Aan hen, die dergelijke coalitie mochten verlangen of daarin willen treden, moet ik overlaten de vraag te beantwoorden, of eene vereenigin<{ van de

O 1 O O

bestanddeelen, door den heer van Lynden genoemd, van hare waarheid en oprechtheid getuigen zou. Maar dit wil ik zeggen, dat het Ministerie niets zal toegeven of terughouden ter gunste of op het verlangen hetzij van deze of gene partij, hetzij van alle partijen gecoaliseerd. Doch wanneer aan de Regeering op goede grónden betoogd wordt, dat hetgeen men verlangt rechtvaardig en in het algemeen volksbelang is, dan zal het onverschillig wezen of het worde verlangd door een partijman, door een partij, welke ook, of door alle partijen te zamen.

Ten andere: „de Regeering verklaart zich niet; zij vreest de verkiezingen."

Sluiten