Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten andere, dat het kwaad, door eene proef van herziening veroorzaakt, niet grooter dreige te zijn dan het goed, door de verbetering te verkrijgen.

Wenscht men, zonder iemand te dringen die niet gaarne gedrongen wordt, en het recht heeft niet te worden gedrongen, overweging onder die twee voorwaarden, zij zal kunnen geschieden.

Hetgeen de heer Zylker verlangt is niet nieuw ; herziening deiwet niet alleen tot verhooging van de bezoldiging der hoofdonderwijzers, maar tot vermeerdering vooral van het onderwijzend hulppersoneel in de scholen. Hij meent dat vermeerdering de ontwikkeling, aan de jeugd te geven, zal kunnen vermeerderen. Ik wil niet beweren dat dit niet het gevolg zou kunnen wezen, maar men mag het zich niet als een zeker, algemeen gevolg voorstellen.

Met vermenigvuldiging van personeel, gelijk over het algemeen met vermenigvuldiging van middelen, wordt niet altijd vermenigvuldiging van kracht verkregen. Het kan evenwel zijn, dat het minimum, door de wet van 1857 gesteld, te laag is, en de gemeentebesturen soms minder op de eischen van het onderwijs bedacht zijn dan op de financien.

Ik wil bij deze gelegenheid over eene klacht en een naam, niet nu voor het eerst in deze Vergadering te berde gebracht, een woord zeggen.

Ik had steeds voor de minderheden groote sympathie. Wil men dit mede daaraan toeschrijven dat ik zelf lang in de minderheid ben geweest, het zij; maar in de meerderheid heb ik diezelfde sympathie behouden, en wanneer ik de leden, die ik zooeven noemde hoor vragen: „de Minister kent onze grieven, kan hij daaraan niet te gemoet komen?" dan voel ik mij geneigd, niet alleen van de grieven kennis te nemen, maar te doen wat ik kan om ze op te heffen.

De heer van Loon, gelijk de heer van Lynden, spoort mij aan het initiatief te nemen en dit niet aan hem te laten. Mij dunkt, hetgeen geschieden moet om in bijzondere eischen of belangen tegemoet te komen, wordt veel beter uitgedrukt door hen, welke die eischen of belangen hebben, dan door een ander. Mij dunkt, het zou in hun belang zijn het initiatief te nemen: wat mij betreft ik zal de rechten van het Gouvernement hoegenaamd niet gekrenkt achten zoo het genomen wordt. Intusschen zeg ik ook niet, dat ik geen initiatief tot verbetering van de wet van 1857 nemen zal. Ik behoud mij het overleg voor, op de voorwaarden die ik zooeven noemde.

Bij al de sympathie voor minderheden in het algemeen en voor deze minderheid in het bijzonder, wordt men toch gestoord dooide weinige juistheid en de schrikbarende overdrijving, waarmede zoogenaamde grieven aanhangig worden gemaakt. Bijv. nu weder de zaak van Wons. Wat is daar gebeurd? Heeft öf de Grondwet of de wet iets met die zaak te doen? Noch de Grondwet nocli de wet heeft eenige schuld, zoo hier al eenige schuld mocht kunnen gevonden worden.

Sluiten