Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der provincie, voortzetting van een weg der 2de klasse, van een weg dus bij de provincie in beheer en onderhoud.

Het is thans, geloof ik, een verwarde toestand, waarin moet worden voorzien. Ik wil gaarne, wanneer men mij aanspreekt van de zijde van Amsterdam, de hoofdbelanghebbende, of van wege de Staten van Noordholland, om hulp, nagaan wat van mijnen kant gedaan zou kunnen worden; maar het gaat niet aan op een Rijksbelang te dringen, wanneer de rechtstreeks belanghebbenden zich onthouden.

Wellicht zijn politiebepalingen noodig en voldoende. Is geld noodig, dan mag men op de provincie en de hoofdstad rekenen. Voor het oogenblik is daaraan van mijne zijde niets te doen; op de begrooting trek ik niets meer uit; dat is ook niet noodig; indien al financieele hulp van Rijkswege mocht te pas komen, dan zou die in den post voor onvoorziene uitgaven te vinden zijn.

Het gold hier, oordeelde de heer van Goltstein, een plicht, die op het rijk rustte, en die niet, gelijk in 1870 geschied was, bij een koninklijk besluit van het rijk kon worden afgeschoven. Het rijk was eigenaar van het veer, en kon dit niet, onder aanvoering dat gemeenttn en provincie daarbij de voornaamste belanghebbenden waren, verwaarloozen.

Ik beloof niet, dat het gemakkelijk zal vallen mij te overtuigen. De geachte spreker acht eigendom in den gewonen zin van het Burgerlijk Wetboek hier toepasselijk. Mijns inziens valt aan een (lominium juris civilis niet te denken. Een rijksveer is zoo min, als een rijksweg, in privaatrechtelijken eigendom. Het Rijk heeft het recht om een rijksveer te laten exploiteeren óp de voorwaarden, die het wil stellen. Maar verplichting om een rijksveer altijd in stand te houden bestaat niet; het Rijk kan opheffen, gelijk een gemeentebestuur kan verklaren dat eene straat geene straat meer is. Het Rijk zou dat kunnen doen bijaldien het in waarheid eene groote communicatie of Rijksweg ware. Maar hier is het om niets anders dan om eene plaatselijke communicatie te doen. Wil men het Buiksloter veer beschouwen als aanhangsel van een weg, die weg is in beheer en onderhoud bij de provincie. Ik twijfel niet aan het recht des Konings, op voordracht der afgetreden Ministers uitgeoefend, om de exploitatie, aan het Rijk behoorende, op te heffen. De verlegenheid, daaruit ontstaan, kon door maatregelen, van wege de hoofdstad en de provincie Noordholland, voorgekomen zijn. Dat is niet geschied. Er schijnt op het oogenblik verwarring te zijn. Is bijstand van het Rijk volstrekt noodig om daaruit te geraken, ik zal doen wat ik kan; schoon ik niet denk dat eene rijke stad en eene rijke provincie zich niet liever zelve zullen helpen.

Artikel 108. Uitkeering aan de amsterdamsche kanaalmaatschappij enz.

• Be heer Stieltjes wenschte gerustgesteld te worden omtrent de afwatering van een aantal waterschappen bij het sluiten van den dam te Schellingwoude.

THORBECKE, Parlementaire redevoeringen, 1870—1871. 19

Sluiten