Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Indien er geene burgerscholen meer werden opgericht, en de examina anders werden geregeld, kon dan het aantal inspecteurs niet worden verminderd?

Ik kan op dit oogenblik geen stellig gevoelen omtrent de vraag uitbrengen. Wel kan ik zeggen dat de gronden, welke de heer van Kerkwijk uit het antwoord van den vorigen Minister aanhaalt, mij niet zouden weerhouden, indien er voor het overige redenen bestonden om het aantal inspecteurs te verminderen.

Ik zie niet in, dat de inspecteurs noodzakelijk zitting moeten hebben in de commissien van examen. Tot dus ver waren zij doorgaans presidenten dier commissien, maar het schijnt mij onnoodig, dien last telkens opnieuw aan die mannen op te leggen.

Of ergens de verzekering zij gegeven, dat van Regeeringswege geen hoogere burgerscholen meer zullen worden opgericht, is mij onbekend. Gesteld echter, er worden wel nieuwe scholen opgericht, dan zullen toch twee inspecteurs, zoo zij voldoende zijn voor den tegenwoordigen dienst, het dan ook nog wel zijn.

Dit is al wat ik op dit oogenblik omtrent eene vraac zesrfen

i *i •• t 1 nn

kan, waarover ik mijne gedachten nog niet liet gaan. Wel over deze, of niet de taak der inspecteurs, dagelijksch toezien en van hetgeen zij bevinden, verslag doen, niet te zeer verzwaard worde door menige werkzaamheid, die mij voorkomt buiten dat toezicht te liggen, of, zoo zij daarmede al iets gemeen mocht hebben, daarvan afgezonderd te kunnen worden.

Bij artikel 138: Subsidien voor inrichtingen van middelbaar onderwijs.

Ik heb een verzoek aan de Kamer te onderwerpen. Wij zijn, naar het schijnt, op den weg eener uitvoerige discussie over het middelbaar en vervolgens over het lager onderwijs. Konden nu de leden goedvinden, hetgeen zij daarover te zeggen hebben, mede te deelen vóór dat de Minister het woord voert, de discussie zou wellicht vereenvoudigd worden. In liet Engelsche Parlement spreekt bij eene groote discussie de Minister in den regel slechts éénmaal. Mijne meening is natuurlijk niet, den Minister, voor de eerste reis sprekende, daarmede het laatste woord te verzekeren; ieder moet volkomen vrijheid hebben om de discussie te voeren, waartoe de rede des Ministers aanleiding geeft; maar dan zal de discussie deileden onderling afgeloopen zijn, en deze niet, nadat de Minister gesproken heeft opnieuw beginnen.

Eene uitvoerige discussie volgde. Een amendement van de heeren .Tonckbloet en van Kerkwijk, den post met f 7500 te verhoogen voor subsidiën aan middelbare meisjesscholen, vormde daarin liet middelpunt.

Zjjn middelbare scholen voor meisjes noodig?

Die op weg gaat om te antwoorden komt aanstonds eene andere vraag tegen: Wat moeten middelbare scholen voor meisjes zijn?

Sluiten