Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat het onderzoek, hetgeen ik bedoel, vóór ultimo December 1871 kan afgeloopen zijn. Moet de praktijk ons onderrichten, dan zullen eenige maanden ons wel niet veel verder brengen.

Hulde doende aan het edele oogmerk van de geachte voorstellers, moet ik toch andermaal eindigen gelijk ik deed: Wacht op mijne vraag.

Antwoord aan den heer Cremers.

De heer Cremers zegt mij: gij verlangt een plan van middelbare scholen voor meisjes, maar gij hebt niet verlangd dat er vóór 18G3 een plan van middelbare scholen voor jongens bestond. Ik antwoord wat ik den heer .Tonckbloet in den aanvang mijner eerste rede antwoordde; begin dan, wat meisjesscholen betreft, met hetgeen wij in 1863 voor jongens deden; richt dan eerst bij de wet een kader van meisjesscholen op.

Het amendement werd met 47 tegen 27 stemmen verworpen.

Artikel 129.

De vorige minister had van liet admissie-examen voor de hoogere burgerscholen eene uitlegging gegeven, die den heer Heemskerk niet aanstond. Het examen zou slechts de werking hebben, dat de directeur der school het volgen der lessen kon ontraden, niet dat hij den onkundige kon weren. De heer Heemskerk vroeg, of de minister het met deze opvatting eens was.

De heer Rombach klaagde, dat bij het eindexamen te hooge eischen werden gesteld.

De heer Heemskerk bracht weder eene vraag op het tapijt, die bij de discussie over de wet van 1863 en later meermalen behandeld is: de wenschelijkheid van een admissie-examen.

Ik heb mij toen en later daartegen zoo uitdrukkelijk verklaard jegens hen, die het ontbreken van dergelijke examens als een gebrek van de wet beschouwden, dat mijns inziens geene uitlegging èn van de wet èn van het reglement mogelijk is dan in dien eigen geest. Geen verplicht examen van toelating. Verzoekt een jongmensch of verzoeken zijne ouders aan den directeur der burgerschool, dat onderzocht worde of hij het onderwijs, hetzij van den beginne af, hetzij in eene hoogere klasse, kunne volgen, dan zal dat onderzoek kunnen geschieden, en hem, naar de uitkomst, dooiden directeur of de examinatoren raad gegeven worden. Maar dwang, om zulk examen te ondergaan of den raad te volgen, bestaat niet.

Is het onderwijs aan den niet voorbereide onvruchtbaar, hij heeft het zich zeiven, of wel de ouders hebben het zich te wijten. Vrijheid moet blijven, en het onderwijs behoeft daarbij niet te lijden.

Indien de jongelingen, zooals de geachte afgevaardigde in den aanhef van zijn rede beweerde, veel moeite hebben om met de talrijke vakken, aan de hoogere burgerschool onderwezen, eigen te worden, dan is de vraag: waaraan de schuld? De schuld kan liggen

Sluiten