Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de bestemming van het onderwijs. Het is toch óf gelijkelijk bestemd voor allen, öf bestemd om te voorzien in bijzondere eischen en behoeften.

Dat bepaalt zich tot hen, welke die koesteren. Moest dat in de plaats komen van een algemeen, burgerlijk, maatschappelijk, hetzij openbaar, hetzij bijzonder onderwijs, het zou geschieden ten koste van het algemeen belang.

En nu verwart men het een niet het ander, en neemt telkens, van bijzonder onderwijs sprekende, eene species voor het genus. Bijzonder onderwijs kan even goed gelijkelijk voor allen bestemd zijn, als openbaar of van overheidswege ingesteld onderwijs. Maar het bijzonder onderwijs, waarop men doelt, is kerkelijk onderwijs, gezindte- of secte-school. En nu vraagt men voor gezindte-scholen wat alleen voor bijzonder onderwijs in de eerste, algeineene beteekenis zou kunnen worden verlangd. Ik zeg, en heb steeds beweerd, dat ontwikkeling van bijzonder onderwijs, hoe meer hoe liever, in het algemeen belang is; ik zeg dat niet van het onderwijs, dat alleen bestemd is om aan bijzondere belangen en behoeften te beantwoorden.

Een derde misverstand heeft gemeenlijk deze uitdrukking: „Wij kunnen niet concurreeren." De rollen zijn omgekeerd. Toen in 1848 de Grondwet herzien werd, vreesde men dat het openbaar onderwijs zou lijden door de concurrentie van het bijzonder onderwijs.

Daartegen kwam de heer van Lynden op, wiens liefde voor bijzonder onderwijs bij niemand in verdenking is; hij zag in „het alom van overheidswege te geven onderwas" geen nadeel voor de bijzondere scholen.

Nu daarentegen keert de klacht telkens terug: „Wij kunnen niet concurreeren". De klacht wordt aangeheven door hen, die niet een bijzonder, gelijkelijk voor allen bestemd, maar een bijzonder kerkelijk, gezindheids-, secte-onderwijs, of hoe men het noemen wil, voorstaan.

„Wij kunnen tegen het openbaar onderwijs niet concurreeren." Mijnheer de President, is dat toch niet natuurlyk. ligt het niet in den aard der zaak V Stel in plaats van het openbare, bijzonder onderwijs, maar evenzeer voor allen gelijkelijk bestemd. Hoe wil men, dat een bijzonder onderwijs, uitsluitend naar de partikuliere eischen van sommigen geregeld, concurreeren kunne met hetgeen allen dient en allen past?

Eene niet denkbare zaak. Het ligt niet aan de overheid, liet ligt aan den aard van het onderwijs; het eene voor eenigen, het andere voor het algemeen ingericht.

Eene derde bedenking, niet geheel onjuist, maar schrikbarend overdreven.

Men zegt, wij, die bijzonder ouderwijs verlangen, namelijk gezindte- of kerkelijk onderwijs, wij moeten opbrengen aan de openbare school, vooral zoo daar het onderwijs kosteloos gegeven wordt.

Het is, dunkt mij, een juist beginsel, van kinderen, eene school

Sluiten