Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Conclusie van het verslag der commissie betreffende inlichtingen op een adres van A. J. Sandberg, om in de gelegenheid te worden gesteld aan de utrechtsche faculteit van wis- en natuurkunde te promo veeren.

Wellicht zal de Commissie, en vervolgens de Kamer goedvinden, de conclusie te wijzigen. De heer Sandberg is gepromoveerd, en de conclusie dus een anachronisme. Denkelijk wil de Kamer zich bepalen tot het gewone formulier: het verslag te doen drukken en ronddeelen. Dan zal ook het min constitutioneele in den vorm deiconclusie verdwijnen: „den Minister uit te noodigen te zorgen, dat uitvoering u-orde gegeven aan de verordeningen op het hooger onderwijs."

De Minister noodigt ambtenaren tot executie van wetten en verordeningen uit; maar de Minister is geen ambtenaar der Kamer; schoon de Kamer over handelingen van den Minister oordeelt.

De heer .Tonckbloet zag niets inconstitutioneels in de conclusie. Inconstitutioneel ware, den minister te „gelasten"; doch de conclusie „noodigde" slechts „uit".

Over de zaak zelve hebben wij niet meer te spreken. Wat den vorm betreft, wordt „gelasten" in geen beleefden omgang, zelfs niet met den meest ondergeschikten ambtenaar, gebezigd. Men „verzoekt", men „noodigt uit", dat is het gewone formulier. Het kan zijn, dat men aan een knecht iets gelast, maar een beschaafd man zal zelfs dat niet, doen, tenzij bij verzet. Hoe dit zij, ik moet blijven beweren, dat nitnoodigen van de zijde der Kamer aan den Minister om uit t<' voeren of te doen uitvoeren niet te pas komt.

27 Mei. Ontwerp van wet tot verklaring van het algemeen nut der onteigening ten behoeve van een spoorweg van Amsterdam over Hilversum naar Amersfoort, enz.

Algemeene beraadslaging.

Ik denk eerst de bezwaren of vragen omtrent de richting te behandelen; dan het thema van de voordeelen, aan den concessionaris toegekend; de opmerkingen van den heer Sloet, inzonderheid diens vrees, dat de stamlijn achterwege blijve; eindelijk de bedenking, uit artikel (i der wet van onteigening geput.

De richting. Over die, welke de heer Stieltjes aanbeveelt, een enkel woord. Hij erkent, dat de lijn 7 '/2 kilometer langer zou worden. Dat is noch voor het kapitaal van aanleg, noch voor de kosten van exploitatie onverschillig. Bij de moeilijkheid, die men had om van de Hollandsche Spoorwegmaatschappij te verkrijgen wat men verkregen heeft, durf ik niet instaan dat men'nog méér zon erlangen.

De andere geachte afgevaardigde uit Amsterdam, de heer Insinger, verlangt dat gelet, worde op een kanaal, hetgeen men bezig is te

Sluiten