Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en gedachten". Behoedzaam, of wil men het noemen voorzichtig, was de meening niet; zij was, niet beloven maar doen. Ten andere niet aan onrijpe discussie prijs geven hetgeen nog niet in zijn geheel noch met volledig overzicht zijner gronden kon worden voorgesteld. Dit gelieve inzonderheid de heer Hartsen in aanmerking

O O O

te nemen, die, ja, aan de Regeering toegeeft dat hare beginselen bekend zijn; doch te gelijk vraagt: „waarom ons niet gezegd welke in de bestaande omstandigheden de toepassing dier beginselen zal zijn?" Ware dit niet vóór den tijd ontrollen wat eerst gezamenlijk met de wetgevende Kamers stuk voor stuk kan worden afgesponnen ? De taak niet van een, twee, drie dagen discussie, maar van eenige jaren arbeids.

Sommige hoofdpunten vooreerst de defensie, werden ter sprake gebracht. De geëerde spreker, dien ik zooeven noemde, had verwacht, dat reeds nu meer krachtige maatregelen tot verbetering van onze weerbaarheid waren genomen, lteeds nu? De Minister van Oorlog is met Februari opgetreden. De maatregelen, welke men bedoelt, zijn niet van voorbijgaanden aard, niet veranderlijk met den dag; men bedoelt maatregelen waarvan de grondslagen met medewerking

O O O fj

der wetgevende macht zullen worden gevestigd. Kon dat in de jongste maanden geschieden?

De orde waarin het Ministerie zich voorstelt het defensiewezen te verbeteren. Behoort niet allerwege, vroeg men, reorganisatie deilevende strijdkrachten voor te gaan? Moet men niet, vraag ik op mijne beurt, bij dergelijke regeling de gesteldheid van ieder land in het bijzonder raadplegen? Wanneer men in een groot Rijk, waarvan voorbeelden zijn aangehaald, in de eerste plaats aan liet samenstel der levende strijdkrachten denkt, is dat eveneens op ons toepasselijk? Moeten wij niet een groot deel onzer defensieve macht ontleenen aan hetgeen de natuur ons schonk, en daarbij den steun zoeken dien onze manschappen behoeven? Wanneer met medewerking van de wetgevende macht het terrein onzer geconcentreerde verdediging zal omschreven zijn, zal dan niet eerst doeltretfend overleg van de inrichting der levende strijdkrachten volgen ? Of wil men met alles op die inrichting wachten ? Een voorbeeld uit hetgeen in deze discussie voorkwam. De schutterijen, waarin de heer Hartsen geen vertrouwen stelt, behoeven, zegt men, niet meer oefening, wel tucht, regeling. Kan verbeterde tucht en regeling anders ingevoerd worden dan bij eene nieuwe algemeene wet? Stelt men zich voor, dat zoodanige wet, heden voorgedragen, over drie weken zal aangenomen zyn? Is daarentegen niet geoefendheid der manschappen eene deugd, een vereischte van ieder dag? Eene eigenschap, die niet verkregen wordt door eene wet, maar door de oefening zelve, door gedurig herhalen, door vroeg beginnen en laat eindigen. Wil men nu niets óf alles tegelijk, wil men met dergelijke voorbereiding wachten tot dat de wet alles zal hebben geregeld? Mijnheer de President, dan zou het wel eens kunnen gebeuren dat de rechte tijd verstreken ware.

Kan Nederland zich verdedigen? Op die vraag is aanstonds

Sluiten