Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wanneer men op de officieele qualificatie van de verbinding let, eene provinciale zaak is. Het was te voren een Rijksveer, liet is als zoodanig door de vorige Ministers opgeheven, nadat men eene verpachting vruchteloos had beproefd. Ik vraag nu niet — ik heb daarover voor het oogenblik geen advies — was die opheffing ontijdig? Had men de noodzakelijkheid om het veer op te heffen niet kunnen voorkomen? Men had een politiereglement verlangd, doch bij myn Departement was men weigerachtig gebleven dat aan den Koning voor te dragen. Daarop heeft de toenmalige concessionaris, die eigenljjk de concessie nooit aanvaard had — het was sedert lang een verwarde toestand — geweigerd met de exploitatie voort te gaan. De Regeering had buiten twijfel het recht om het Rijksveer op te heffen. Daarom durf ik tegenspreken hetgeen de geachte spreker uit Zaandam zooeven beweerde, dat het veer eigenlijk nog Rijksveei is. Het heeft opgehouden dat te zijn, evenals eene straat ophoudt straat te zijn, wanneer het gemeentebestuur daaraan de bestemming tot openbaren dienst ontnomen heeft.

De vraag is, wat nu voor het oogenblik te doen. Indien wij letten, gelijk ik zoo zeide, op de officieele qualificatie, is het een Noordhollandsch provinciaal belang; het Buiksloterveer toch is eene voortzetting van den weg, gemeenlijk die van de zes Noordhollandsche steden genaamd; een weg van de tweede klasse, in beheer en onderhoud bij de provincie, schoon die steden de grootste helft, meen ik, der kosten dragen; geen Rijksweg ten laste van den Staat.

len slotte kan ik niet anders zeggen, dan hetgeen ik reeds weken geleden schreei, dat zoo belanghebbenden mijne tusschenkomst vragen en haar behoeven, ik bereid ben te overleggen. Thans moet ik afwachten wat de Staten zullen doen. Het is wèl, aan de Regeering te vragen, op haar te vertrouwen of te leunen, maar ieder moet zijn plicht kennen en doen, en de Regeering is niet geroepen om tusschenbeide te treden waar anderen hunne taak te volbrengen hebben. Evenwel, kan mijne tusschenkomst wezenlijk nuttig zijn, zij zal niet ontbreken.

De Rotterdamsche waterweg. De heer Hein herinnerde hetgeen ik daarvan in de andere Kamer gezegd heb. Wat den tijd en de kosten betreft, kan ik niet meer zekerheid geven dan toen. Overigens zou ik niet wenschen dat uit mijn gezegde ongunstige gevolgtrekkingen wierden gemaakt ten opzichte van het werk zelf. Al gaat het langzamer en is het duurder dan men gedacht had, het gaat vooruit. Om dat te doen zien strekt hetgeen in mijn antwoord op het Verslag dezer Kamer medegedeeld is. De laatste opnemingen va.n den waterafvoer hebben geleerd, dat onlangs onder zeer ongunstige omstandigheden de afvoer bij eb sterker was dan in November 11. onder zeer gunstige omstandigheden. Eene kapitale zaak; want het is de stroomsnelheid die ons kanaal moet helpen verdiepen. Voeg nu daarbij de versterking, van de geheele afdamming van het Scheur te wachten. Stel den tegenwoordigen afvoer van water door het kanaal = 1, dan is die door het Scheur = 2£. Wordt dus de

22*

Sluiten