Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mij bewogen heeft de voorkeur te geven aan het gevoelen der Commissie, is niet een bijzondere eerbied voor apothekerslatijn, maar zijn drie redenen, die ik in de overweging der Kamer aanbeveel.

In de eerste plaats de vrees der Commissie dat, zoo men twee officieele uitgaven heeft, de eene niet licht de volkomen juiste uitdrukking van de andere zijn zal, en er dus bedenkelijke geschillen of moeilijkheden kunnen ontstaan. Deze vrees heeft op my te sterker indruk gemaakt, omdat zij die is eener Commissie, welke niet alleen de Pharmacopoea in het latijn samengesteld, maar ook zelve de nederduitsche vertaling geleverd heeft, die, hoezeer de Commissie ook naar beknoptheid streefde, honderd bladzijden meer beslaat dan de latijnsche tekst.

In de tweede plaats. Elders zyn de Pharinacopoea's doorgaans in het latijn uitgegeven. Derhalve is voor apothekers en geneeskundigen de vergelijking, soms zeer nuttig en noodzakelijk, van ons formulierboek met de buitenlandsche, gemakkelijker, dan wanneer men, behalve een latijnschen, ook een nederduitschen officieelen tekst heeft, waarmede de meerderheid dan wellicht dagelijks zal omgaan.

In de derde plaats. De recepten — en dit zal, vooreerst althans, wel niet anders worden — ontvangt men in het latijn.

Ziedaar de drie redenen, die mij de voorkeur aan het gevoelen der Commissie deden geven. Ik zal aanstonds zeggen, welke houding ik tegenover een ander gevoelen der Kamer denk aan te nemen.

Vooraf een woord omtrent hetgeen ik lees in het Eindverslag, wat betreft eene stelling van den tegenwoordigen Minister. Daar staat: ,,De voorliefde voor het latijn had eenige bevreemding opgewekt bij dezen Minister, die onlangs in een officieel tot de Kamer gericht stuk het denkbeeld, dat voor den beoefenaar der wis- en natuurkundige wetenschappen en voor den geneeskundige wetenschappelijke vorming niet mogelijk is zonder kennis der doode talen, voor verouderd verklaarde."

Toen ik dit las, geloofde ik mijne oogen niet. Wanneer men zoo iets ziet in een vluchtig courantenartikel, welks steller den tijd niet gehad heeft goed te lezen, dan glimlacht men en zegt of denkt: ,,transeat cum ceteris". Maar in een serieus stuk, in een rapport namens de afdeelingen der Kamer? Men doelt klaarblijkelijk op de inlichtingen door den Minister betreffende een adres van den academischen senaat der hoogeschool te Groningen aangeboden, inzonderheid op hetgeen daarin aan het slot voorkomt: „Het denkbeeld dat wetenschappelijke vorming niet mogelijk is zonder kennis der doode talen, is geheel verouderd." Een geheel ander eld dan hetgeen aan de zinsnede wordt toegedicht. Hij, die beweerde hetgeen daar staat, heeft zich waarschijnlijk de vraag voorgelegd: is de groote wis- of krijgskundige, de ingenieur, zonder wetenschappelijke vorming, omdat hij geen Grieksch of Latijn kent V Doch wat er sta, wat ook de gedachte van hem, die dat beweerde, moge geweest zijn, is het de tegenwoordige Minister, die dat daar zegt i Ik verzoek dat men de plaats herleze. Zoodra eindexamens

Sluiten