Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezit van den telegraaf, dat men zich het offer wil getroosten om dien op den duur te behouden ? In allen geval zal hetgeen de geachte spreker heeft medegedeeld mij aanleiding geven om te onderzoeken, of de gemeente het subsidie, dat zij van het Rijk geniet, wel in die mate, als men tot dus ver onderstellen moest, behoeft.

Ue bedenking van den geachten spreker uit Deventer, meer of min ondersteund door dr. Rombach. Er wordt f 3000 uitgetrokken voor eventueel subsidie aan gemeenten, die geene geneeskundige hulp in haar bereik hebben, en niet bij machte zijn om daarin te voorzien.

De heer van Delden acht dat eene zaak van armwezen. Daarvoor wordt aan gemeenten geene ondersteuning meer van Rijkswege verleend. Geneeskundige hulp echter, waarom het hier te doen is, betreft de bevolking in het algemeen, niet enkel de arme bevolking. Een ander bezwaar is, dat wanneer hetgeen ik voorstel, als regel zal gelden, de uitgaaf steeds klimmen zal. Doch het subsidie is geenszins bestemd regel te zijn. Het is een minieme som van f 3000 voor gevallen van uitzondering. Men neme aan, dat aan tien gemeenten subsidie worde toegestaan, dan zal iedere gemeente f300 ontvangen, om een arts te kunnen bezoldigen, of hem eene hoogere bezoldiging te geven dan welke de gemeente kan uitloven en waarvoor geen arts beschikbaar is.

.,De gemeenten worden niet genoemd". Ik kan niet noemen, alvorens onderzocht zij. Wel ontving ik aanvragen, maar zij zijn nog niet nagegaan, en alvorens dit nauwkeurig, vooral door Gedeputeerde Staten, geschied zij, kan geene bepaalde gemeente voor subsidie aangewezen worden. De Minister van Binnenlandsche Zaken is in dit opzicht zoo gemakkelijk niet. Verleening van subsidie is in mijn geest zoo weinig regel, dat het steeds uitzondering moet blijven voor gevallen van wél bewezen behoefte.

Wij geven subsidien aan gemeenten voor lager, middelbaar, zeevaartkundig en ander onderwijs; voor vaarten, kanalen, havens, veren en andere publieke werken; de hulp volgens de wet verstrekt voor krankzinnigen, in een publiek gesticht te verplegen, laat ik daar.

Zouden wij nu niet de gelegenheid openen om ter wille van een zóó gewichtig belang, als geneeskundige hulp is, gemeenten te gemoet te kunnen komen? Het kan toch in een beschaafd land niet aangaan, dat in geheele streken van aanzienlijken omvang geen geneeskundige raad te verkrijgen is.

Ik liet de verdeeling van het aantal medici over de bevolking nagaan, en, zal de provinciën noemen, waar dit aantal, vergeleken met het cijfer der bevolking te platten lande, het geringst is.

In Noordbrabant, Gelderland en Drente vindt men te platten lande één medicus op 21 a 2300 inwoners, in Overijssel één op 26 a 2700, in Limburg één op 6300. Is nu de eene streek zooveel gezonder dan de andere, dan komt daar geen subsidie te pas, en zullen geene aanvragen door den Minister worden toegestaan.

Sluiten