Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

punt gisteren niet behandelde: toen ware hij in de orde geweest; thans durf ik in dat onderwerp niet verder treden; ik heb gisteren geantwoord, en twijfel of hetgeen de geachte spreker nu zeide, mij tot meer antwoord zou hebben genoopt.

Bij den waterstaat is geene vermindering van personeel mogelijk, zegt de geachte spreker, en hij heeft gelijk. Er is eer behoefte aan vermeerdering, en alleen met eene zeer sterke inspanning der ambtenaren kan men het bij het tegenwoordig aantal laten.

De afgevaardigde gewaagt van eene bejegening der ambtenaren in de Memorien van Toelichting en Antwoord, die met waardeering dier ambtenaren niet volkomen zou strooken. Dit beweren kan ik alleen daaruit verklaren, dat de geachte spreker die Memorien niet nauwkeurig gelezen heeft, of wel dat zij hem op het oogenblik, dat hij sprak, niet juist voor den geest waren.

Iets van hetgeen naar zijne opvatting zweemt is daarin niet te vinden. De Minister heeft meer dan een ander de gelegenheid en redenen om goede ambtenaren te waardeeren; vooral een Minister die, ongeduldig en haastig, snel en veel werk verlangt. Doch uit deze waardeering volgt niet, dat ik in gedachte zou kunnen nemen, de traktementen van alle ambtenaren zonder onderscheid te verhoogen.

Wat is geschied? Toen wij begonnen zijn, de bezoldigingen van de ambtenaren bij de Departementen te verhoogen, vingen wij aan met de laagste klasse. Het Koninklijk besluit van 1864 had alleen tot hen betrekking. In het volgend jaar, in 1805, werden bij een tweede Koninklijk besluit de traktementen van eene hoogere klasse geregeld; en de hoogste klasse is eerst in 18G7 aan de"beurt gekomen.

Beide sprekers laten de bewoording der Memorien van Toelichting en Antwoord, „het is een eerste stap", hoog klinken. Inderdaad, ik ben met de opzichters der lagere klassen begonnen, om in een volgend jaar wellicht tot die van de hoogste klasse voort te gaan. Dezelfde billijke regel, als dien ik in 18G4 en 1865 betrachtte: eerst voor hen gezorgd van wie veel gevergd wordt en die het minste genieten; latere zorg voor hem, die nu reeds in beteren toestand verkeert.

Replieken van de heeren Wintgens en Tak.

De heer Wintgens, blijkbaar eenigszins ontstemd door 's ministers antwoord, deed het andermaal voorkomen, alsof het den minister aan waardeering voor andere ambtenaren, dan die van den waterstaat ontbrak.

De rede van den eersten spreker, den heer Wintgens, ga ik voorbij.

Een enkel woord over die van den geachten voorsteller van het amendement. Alle ambtenaren, zegt de geachte spreker, moeten deskundigen zijn. Is dat juist? Kan men den naam van deskundige toepassen op de groote meerderheid der ambtenaren bij Algemeen en provinciaal bestuur? In welken kring van administratie men

Sluiten