Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit kan ik in het algemeen zeggen, maar het is voor den geachten spreker ter beantwoording zijner vraag niet voldoende. Tot beantantwoording zijner vraag moet ik de middelen kunnen opgeven, waarover de Maatschappij in de laatste jaren, ieder jaar afzonderlijk heeft beschikt en daartegenover de uitgaven stellen, die zij heeft moeten doen. Die gegevens bezit ik in detail niet, en moet ik dus opvragen. Ik zal alleen zeggen, dat in den loop van dit jaar, bij de krachtige voortzetting der werken, maandcertificaten ten bedrage van 4, .» ton, soms daarboven, te voldoen waren. Zelfs eene wélgevulde kas is met zulke certificaten spoedig uitgeput.

Ik zal de cijfers laten opvragen, maar moet verzoeken dat de Kamer mij daartoe tijd late. De berekening van den geachten spreker zal ik dan nader toetsen. Op dit oogenblik zeg ik enkel, dat liet mij nog al vreemd voorkomt, den spreker onder de middelen der Maatschappij de 3 millioen inschrijving en de latere 3 millioen, beide van wege Amsterdam eerst te kwijten wanneer de werken' geheel voltooid zullen zijn, thans te zien opnemen. Wij hebben te doen met eene actueele geldverlegenheid, niet met een volstrekt gebrek aan middelen.

De vraag is ook niet, of de werken zullen gestaakt worden: de Maatschappij kan het laatste millioen, dat zij van de Regeering heeft te ontvangen, aan deze en gene werken besteden, die mede nog vóór 1874 voltooid moeten zijn. Is zij buiten staat verder te gaan, dan kan evenwel niemand tot 1874 maatregelen van dwang tegen haar nemen, omdat zij aan de voorgeschreven termijnsbepalincen zal voldaan hebben. °

In den tijd, waarvan de geachte spreker gewaagt, heeft uien aan de Kanaalmaatschappij wat veel geplukt. Of men daardoor hare zaak versterkt heeft, of zelfs de termijnsbepalingen zooveel goeds hebben uitgewerkt, als men zich voorstelde, schijnt mij twijfelachtig. Maai ik laat dit nu daar. Wij hebben nu met de gevolgen te doen.

Om naar waarde te kunnen antwoorden op de vragen van den lieer Stieltjes, zou ik zijne opgaven, aanhalingen uit de concessie, uit de stukken der ingenieurs, uit de berekeningen met name van' den lieer Dirks, zijne bewering omtrent de verplichting der Maatschappij, de belangen der afwatering, zooals de geachte afgevaardigde (ie in stiijd met andere waterstaatkundigen begrijpt, moeten nagaan, en ook daartoe is vrije tijd noodig.

Begrooting van uitgaven voor den aanleg van staatsspoorwegen dienst 1872.

De heer Wijbenga klaagde, dat het station te Akkrum te klein was.

Indien er behoefte is aan vergrooting van het station te Akkrum, zal gedaan worden wat behoort. Om zijne stelling nog duidelijker te staven, had de geachte spreker het getal personen, dat op de meest bezochte dagen der week aan het station vereenigd pleegt

Sluiten