Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere spoorwegen te besteden, of subsidien toe te kennen, uit medelijden, aan dezen en genen aanvrager.

Het is inderdaad niet mogelijk, dat ieder ten zelfden tijde geïolpen worde. Wanneer men zegt: ,,deze en gene plaatsen zijn in een betreurenswaardigen toestand," dan moet daarop geantwoord worden: het is onmogelijk ieder tot een wensclielijken toestand te verheften binnen eene bepaalde reeks van jaren; het een kan slechts geschieden na het ander." Moet ik de vraag van Nijmegen herinneren, die met den bouw van twee groote spoorwegbruggen samenhaugt ? Noch daar noch elders durf ik eenigerlei toezegging doen. Wij moeten onze krachten concentreeren om te voltooien, wat volo-ens de wet behoort voltooid te worden. Eerst dan zal de tijd komen om de partikuliere industrie, welke meer en meer aan het spoorwegnet zal trachten aan te sluiten, te ondersteunen.

Naar de meening van den heer Storm van 's Giravesande hechtte de minister te veel waarde aan rapporten van ingenieurs, te weinig aan de opmerkingen, die van andere zijde kwamen. Waren niet, ondanks alle waarschuwingen van elders, alle stations slccht ingericht?

Verre van mij, het kwalijk te nemen aan een lid der Kamer of zelfs aan iemand buiten de Kamer, dat hij eene aanmerking maakt. Hij doet daarmede niet alleen dienst aan de zaak, maar aan mij persoonlijk, in zooverre ik met het opperbeleid belast ben.

begrijp zeer goed, dat ook de ingenieurs, zelfs wanneer het onderzoek meer dan ééne instantie doorloopen heeft, zich kunnen e negen op een en ander punt, en dat misschien iemand, die daar buiten staat, een helderder en meer open oog heeft: maar wat ik zeide moet ik blijven zeggen: ik kan aan kritiek van de plannen der ingenieurs evenmin een blind geloof slaan als aan die plannen zelve. Maar de kritiek zal mij zooveel mogelijk een contradictoir onderzoek doen instellen.

De constructie der stationsgebouwen werd door de eerste Spoorwegcommissie naar zekere typen niet op de beste wijze ingeleid, en op dien weg is men eenige jaren voortgegaan. Hij' zal niet meer worden gevolgd.

Keplieken.

Ik verzuimde een antwoord te geven aan den heer Tak op eene vraag in zijne eerste rede: Is het mogelijk, dat men te Vlissiii"en spoedig eene tijdelijke communicatie hebbe met de marinehaven V Ik durf dat niet stellig zeggen, maar zal zien.

De lieer Stieltjes beschuldigt mij van twee dwalingen, zoo ten aanzien van werken in Duitschland als van eene verlaging van den sluisdofpel te Vlissiiigen bij verdieping der buitenhaven. "Wellicht heb ik mij niet juist uitgedrukt, maar ik heb gemeend dit te ze<"'en : wanneer men de buitenhaven verdiept en den dorpel op de tegenwoordige hoogte laat, dan zullen de schepen in de haven moeten

Sluiten