Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat het tweede punt betreft, vraag ik verschooning: eene verschooning die elk Minister lichtelijk behoeft, wanneer het debat over een zeer groot aantal bijzonderheden loopt.

De heer Heemskerk vroeg in zijne eerste rede, of ik bezwaar zag in het publiek maken van de rapporten der ambtenaren, die sedert geruimen tijd met het opnemen van den stroom bij de bru^ over het Hollandsche Diep belast zijn.

Ik heb niet het minste bezwaar, en wil gaarne den geachten spreker en diegenen, die met hem daarin belang stellen, tegemoet komen, schoon in den regel zulke rapporten veel te technisch zijn dan dat het publiek zich uit die stukken een oordeel zou kunnen vormen.

November. Begrooting van het departement van binnenlandsche zaken (vervolg).

Artikel 83bis. Verbetering van liet Hillegat.

Van verschillende zijden werd op uitstel der beslissing aangedrongen. De heer Stieltjes verweet, dat hij den tijd gemist had, de overgelegde rapporten en staten behoorlijk te bestudeeren. Ook de heeren Nierstrasz en van Houten verklaarden, op het oogenblik niet te kunnen beslissen. Daartegenover had de heer van Kerkwijk gewezen op de groote bezwaren, aan verdaging der beslissing verbonden. Het werk zou dan waarschijnlijk niet meer in den loop van het volgend jaar kunnen worden tot stand gebracht, hetgeen voor den handel van Rotterdam, Schiedam en Dordrecht uiterst nadeelig zoude zijn.

Indien ik aan den wensch van den heer Stieltjes en van een paar andere sprekers kon voldoen, ik deed het gaarne: te meer wanneer dit aangemerkt kon worden als tegemoetkoming aan een verlangen der Kamer. Doch ik zie nog niet hoe.

De heer Stieltjes zet het bezwaar voorop: ,,er is geen tijd geweest van onderzoek." Wij zijn bij hem, wiens redevoeringen altoos uitnemend instructief zijn, gewoon, dat hij de discussie liefst op het terrein van den ingenieur overbrengt; hij doet als een goed veldheer, en trekt de tegenpartij op het terrein waar hij het sterkst is. Maar kunnen wij hier eene ingenieursdiscussie hebben? Zal eene kritiek van redenen en conclusien, die uit peilingen worden afgeleid, voor de leden der Kamer duidelijk zjjn? Ik heb vele discussien in deze Kamer over publieke werken bijgewoond, en zelf nog al rapporten van ingenieurs moeten nagaan; doch vond mij telkens verplicht, in hun technisch oordeel te berusten.

Het eenige middel, om den geachten spreker te bevredigen, zou wezen, dat eene commissie van enquête uit deskundigen in de Kamer wierd benoemd, die aan deze een controleerend of kritisch rapport voorlegde. Dit rapport zou zoo populair moeten zijn, dat het door ieder lid der Kamer te begrijpen ware, of de Kamer zou moeten besluiten, het vertrouwen, dat zij niet in de ingenieurs van den waterstaat wilde stellen, op die commissie over te dragen. In

Sluiten