Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schooljaar gelegenheid wordt gegeven, „des verkiezende" een voorafgaand examen af te leggen, doch daaruit, beweert hij, volgt niet dat er geen examen gehouden moet worden om van de eene klasse tot eene andere te kunnen opklimmen. Integendeel, de 2de alinea zegt: „tegen den afloop van het schooljaar wordt in elke klasse een openbaar examen gehouden." Dit examen dient om de vorderingen, den staat van het onderwijs gedurende dat jaar, te constateeren. Leidt men daaruit echter af, dat geen leerling van de eene klasse naar de andere zonder voldoend examen mag overgaan, dan geschiedt dit in strijd met mijne meening.

De geachte spreker las uit de Memorie van Toelichting voor, „dat eene zekere voorbereiding wordt ondersteld". Wil dat zeggen, dat die voorbereiding moet bevonden worden? Niet in het minste. In hetgeen de geachte spreker uit die Memorie voorlas komt juist de tegenstelling tegen speciale scholen duidelijk uit. Wanneer het Gouvernement voor eenen tak van dienst eene school opricht om daar aanstaande ambtenaren te laten vormen, dan heeft het gelijk, zoo het toelatings- en overgangs-examina voorschrijft. Anders bij vrije studie, zooals bij de instellingen van middelbaar onderwijs, die voor het geheele publiek, voor de maatschappij, voor algemeene ontwikkeling opengesteld worden.

Alvorens het laatste punt, het eind-examen, te behandelen, moet ik, hetgeen ten onrechte door mij is voorbij gelaten, een woord zeggen over de bedenking van den heer Moens, betreffende het toelaten van meisjes.

De bedenking heeft wel geen grooten indruk op mij gemaakt, maar de geachte spreker heeft recht op een antwoord. De wijze van beslissing, zegt de geachte spreker, bevalt mij niet. De Minister had de beslissing, of meisjes zullen worden ingeschreven, niet moeten overlaten aan den directeur; hij had die aan zich moeten houden. Zou dan de Minister niet buiten den kring van zjjne kennis en zijn oordeel gegaan zijn? De Minister laat lokale bevinding uitspraak doen.

De meisjes, zegt de heer Moens, zullen op kosten van den Staat worden onderwezen; voor het vermeerderd getal leerlingen toch zullen parallelklassen moeten worden opgericht. De meisjes zullen betalen gelijk de jongens. Parallelklassen richt de verbeelding van den geachten spreker op in de onderstelling van eene overstrooming door meisjes, die wij, dunkt mij. nog tijd hebben te verbeiden; en mocht zij komen, dan zullen wij zien. Misschien hebben wij dan reeds meisjesscholen, zooals verlangd wordt.

Over de eindexamina is de heer Moens ook niet voldaan, en hij vindt geene verbetering bij hetgeen de Minister verlangt: dat het getal der examinatoren beperkt zij. Het is den Minister bij dat verlangen niet te doen om een kleiner of grooter getal op'zich zelf, maar om de wijze van examineeren. Het is hem te doen om vragen, die te gelijk onderscheidene vakken betreffen, om een examen van ensemble, in overstelling tegen dat hetwelk in de bijzonderheden

Sluiten