Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de eene / in een hoekpunt, de andere 2 / in het tegenoverstaande hoekpunt, dan zal het zwaartepunt een snelheid 3 I- « inde richting der impulsies krijgen, en de plaat gaan wentelen om de diagonaa. tegenover de getroffen hoekpunten met een hoeksnelheid « (/», 9) ■

a = 3 abm, p=—il:mb, q = — 3 /: m a. Contróle.

Snelheid aangrijpingspunt van 2 / = 9 I- m

„ » » I =- 3 /: m,

dus arbeid verricht door de impulsies = 7^ '■ m•

Winst in levende kracht:

</, m ( *ƒ)' + '/, 1'/,»^ ( ifb) + ma) S = 7'/o ' '

Tweede beteekenis van de vergelijkingen (B, Z>, 127Ï,

Dc uitdrukking s m (.yz-yz) stelt de som der momenten ten opzichte van de as OX voor van dc hoeveelheden van beweging der verschillende massadeeltjes of ook dc som der momenten van het stelsel effectieve impulsies van 't lichaam of

van het stelsel lichamen.

Wordt dit stelsel effectieve impulsies tot den oorsprong van 't assenstelsel als reductiepunt herleid, dan stelt s m 1 y z' — y' z) de ontbondene voor volgens dc as OX van t resultecrend koppel, dus ook de projectie op die as van dc as van t resultcerend koppel.

Wc kunnen dus aan de vergelijkingen (B, 127) ook de volgende beteekenis toekennen:

Wordt op zeker oogenblik van de beweging de herleiding vet richt zoowel van het stelsel beweegkrachten als van dat der effectieve impulsies, met een willekeurig punt als reductiepunt, dan stelt de as van 't resulteereud krachtenkoppel den snelheidsvector voor van het uiteinde van den uit het reductiepunt getrokken as van '/ resulteereud impulsiekoppcl; (l)

terwijl de vergelijkingen {D. 127) uitdrukken, dat de herleiding zoowel van het stelsel impulsies als van dat der effectieve impulsies van 7 lichaam tot eenzelfde punt als reductiepunt voert tot

hetzelfde koppel ^

Sluiten