Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het einde van den cursus; het begin van den nazomer van het eene jaar tot het begin van den nazomer van liet volgende jaar.

Wat het lager onderwijs betreft, de stukken, die vervolgens aan het Gouvernement moeten worden ingezonden en daar verwerkt, belmoren voor te komen in de voorjaarsvergadering van de schoolcommissie van iedere provincie. Die voorjaarsvergaderingen worden gehouden kort vóór of na Paschen; en na het houden der vergadering, worden die stukken, in den regel, tot een geheel gevormd door een der schoolopzieners, den secretaris der commissie. Nu behoort het wel, dat dat stuk, hetwelk het verslag der commissie uitmaakt, na ééne maand aan het Gouvernement wordt opgezonden, maar dit gebeurt zeer dikwijls niet. Zeer dikwijls ontvangt de Regeering dat niet dan na 2, 3, 4, ja somtijds na 5 maanden. Ook nu nog duurt het somtijds 4 maanden; maar ik moet er bijvoegen, dat het Gouvernement in dit en in liet vorige jaar, na herhaalden, gedurigen aandrang, doorgaahs de stukken vroeger heeft ontvangen dan in vorige jaren. Men moet wachten tot dat het laatste stuk ontvangen is. Eerst dan kan men ze tot een geheel brengen en het verslag stellen, dat aan mij moet worden voorgelegd. Het ware goed, zoo ik dienzelfden of den volgenden dag de gelegenheid had het opstel na te gaan; maar het kan gebeuren dat ik belet word door iets anders, waaraan ik verscheidene weken wijden moet, iets dat mij eene of eenige maanden bezig houdt. Hoe wenschelijk het derhalve ook ware, dat het verslag over een jaar in het begin van het volgende jaar wierd ingediend, het is inderdaad niet te bereiken. Ik behoef de Kamer hierbij niet te doen opmerken, dat aan het Gouvernement gcene andere middelen ter beschikking staan, dan aandrang bij hen, die de bouwstoffen moeten leveren.

Wat het verslag betreft over het hooger onderwijs, de stukken door de verschillende instellingen van hooger onderwijs in te zenden' moeten kort na de sluiting van den cursus inkomen. Maar die korte tijd wordt soms lang; de stukken worden soms niet eerder dan tegen het einde van het jaar ontvangen. Het Verslag over 1849—1850 loopt voor het lager onderwijs tot ultimo December 1849, maar, met betrekking tot het hooger onderwijs, tot den nazomer of herfst'van 1850 Nu kon er, eer men in het bezit was van al de stukken, niets gedaan worden, alzoo eerst tegen het einde van datzelfde jaar 1850. Dat het ook in het oog van het Gouvernement wenschelijk is, dat de verslagen zoo spoedig mogelijk worden ingediend, daarvan heeft het in de laatste jaren herhaalde bewijzen gegeven, door altoos, door gedurig hen te drijven, van wie de berichten moeten worden ontvangen.

In de tweede plaats zegt het verslag: „Uwe Commissie heeft met leedwezen bespeurd, dat de drie hoofdbedenkingen, door de laatste Commissie op het Verslag over 1848—1849 gemaakt, blijkens den aanhef van het tegenwoordige, niet zijn beaamd.

De eerste dier bedenkingen luidde, dat dit stuk niet was een verslag

Sluiten