Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meest algemeene mededeeling. Ik meen echter, dat de vraag inderdaad is: behoort men die mededeeling om niet te doen? Dat de Staat geen winst met dergelijke incdedeelingen behalen moet, is, mijns inziens, ontwijfelbaar. Het is mij steeds onbehoorlijk toegeschenen, dat in vroegere jaren door de Staatscourant eene bate in de schatkist werd gestort. Maar, Mijne Heeren, wat was het geval? Wat is er gebeurd? Bij dc ondervinding, dat de Staatscourant eene bate in de schatkist wierp, heeft men, in 1847, verordend, dat het Bijblad de stukken zou behelzen, die tot dusverre in het lichaam van de Staatscourant werden opgenomen, en dat het aan de geabonneerden op die courant, om niet, zonder verhooging van den abonnementsprijs, zou worden toegezonden. Waarschijnlijk heeft men zich toen voorgesteld, dat de bate, die de Staatscourant tot dusverre gaf, de kosten van het Bijblad zou dekken. Dit geschiedde wellicht ook in den beginne, toen het Bijblad nog van geringen omvang was. Maar sedert een paar jaren, sedert het laatste jaar vooral, gaan de kosten van de Staatscourant, ten gevolge van de uitzetting van het Bijblad, de inkomsten verre te boven. De vraag is nu: behoort dit zoo te blijven, behoort men niet ieder de kosten te laten betalen van hetgeen hij ontvangt? Ik meen, men behoort niet te winnen, maar men kan de kosten vorderen. Dit is mij toegeschenen volkomen billijk te zijn. Wordt die stelling niet aangenomen, wat belet, het Bijblad, al de stukken daarin opgenomen, om niet verkrijgbaar te stellen voor ieder, die het komt vragen? Ik weet niet, waarom men dat dan zou vastmaken aan een abonnement op de Staatscourant. Maar indien men zoo ver niet wil gaan, dan moet men, meen ik, tot het billijke, redelijke besluit komen, dat hij, die eenen bepaalden dienst of levering begeert, de onkosten voldoe! Ziedaar de twee vragen zoo als zij zich voordeden en zoo als zij zich, dunkt mij, nog voordoen.

De Commissie, toen zij haar denkbeeld in overweging gaf, hetgeen vervolgens een onderwerp van overleg met den Minister is geweest, werd natuurlijk geleid door hetgeen tot dusverre was gebeurd. Wint was met het Bijblad geschied? Men had in het Bijblad, waarvan de kosten van jaar tot jaar toenamen, eerst opgenomen een klein getal stukken, nooit de zoogenaamde bijlagen der begrooting. En waarom niet? Niet om die voor het publiek te verbergen, maar omdat die alleen voor de leden der Kamers werden gedrukt, en niet van wege de Kamer voor het Bijblad afgeleverd. Zoo is het gebleven; om evenwel aan het publiek gelegenheid tot het bekomen van die stukken te geven, heeft men ze verleden jaar verkrijgbaar gesteld. Dien weg eens gevolgd vindende, heeft de Commissie gemeend dien te moeten aanwijzen voor de mededeeling van alle stukken of bijlagen. Zoo is men tot het besluit gekomen, de proef te nemen gedurende dit jaar. Men kon dan zien, welke bezwaren daaruit rezen, en of niet de publieke deelneming inderdaad werd bevorderd door hen, die zich de stukken

Sluiten