Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had uitgelokt. Waarom was het daarbij te doen ? Om de openbaarheid, maar de een meende dat de openbaarheid het best op deze, de ander dat zij het best op eene andere wijze zou worden bevorderd. Het was dus een verschil van denkwijze ten aanzien van het middel om hetzelfde doel te bereiken.

2°. Het amendement in de gemeentewet. Ik doe in het voorbijgaan opmerken, welke vreugdekreet in het kamp van den geachten spreker en zijne vrienden opgaat, zoodra de Kamer stemt tegen den Minister van Binnenlandsche Zaken. Dat amendement in de gemeentewet heeft de geachte spreker reeds meermalen aangehaald en ik heb er nooit op geantwoord. Maar nu zal ik het doen omdat hij de zaak wil doen voorkomen als eene neerlaag, die den Minister van Binnenlandsche Zaken inzonderheid behoort te waarschuwen, dat de meerderheid der Kamer hem gaat ontvallen. Mijne Heeren, wat is er gebeurd? Er is een artikel in de gemeentewet voorgedragen ten aanzien van de goedkeuring, die vereischt zou worden op de begrootingen en rekeningen van armbesturen; en bij het tweede deel van dat artikel was voorgesteld dat, wanneer de rekening ten gevolge van bestaande regels moest worden goedgekeurd, ook de begrooting aan de goedkeuring van het gemeentebestuur zou behooren te worden onderworpen. Een zeer natuurlijke en zeer billijke eisch. Goedkeuring der rekening zonder goedkeuring der begrooting heeft geene kracht noch beteekenis. De Kamer is, mijns inziens, toen in dwaling geweest; door eene verrassing medegesleept, heeft zij toen nagelaten een redelijk, noodzakelijk beginsel aanstonds in de gemeentewet te brengen. Maar het is eene vergissing, te herstellen bij het ontwerp van wet op het armbestuur.

Ziedaar de waarschuwingen, aan den Minister van Binnenlandsche Zaken gericht. Den Minister van Binnenlandsche Zaken bevreesd te willen maken, dat de meerderheid van de Kamer hem zou kunnen ontvallen, Mijne Heeren, de poging is te eenen male ijdel. Ik hecht veel aan de taak, mij opgedragen; ik hecht veel aan deze hooge betrekking van wege haar gewicht, van wege het goede dat daarin kan worden gedaan. Maar ik hecht er niet het minst aan, dat die taak door mij worde verricht. Weet de geachte spreker, of weten anderen iemand te noemen, die meer en beter kunne dan ik, ik zal» met eerbied en met blijdschap ter zijde gaan. Buitendien, ik wil de macht niet zonder de zedelijke kracht. Ik weet zeer goed, Mijne Heeren, dat men in deze betrekking, op dezen post, niets vermag zonder medewerking van de Vertegenwoordiging, zonder nationale medewerking ook buiten deze Kamer. Ik zal niet afwachten dat deze medewerking verflauwe; bij het minste blijk, dat mijne overtuiging met die van de Vertegenwoordiging en van het verstandige deel der Natie niet meer overeenstemt, is het, geloof ik, mijn plicht, aanstonds den Koning te verzoeken mij te ontheffen. Men voorspelt ons in het aanstaande een moeilijk, een hachelijk jaar. Ik ben ook dan, zoo het

Sluiten