Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van een cijfer der begrooting, mijns inziens, behoort te worden gelet èn op de behoeften èn op de kracht van de natie om te dragen-, niet alleen op het eindcijfer, heeft hij gezegd: men moet hier niet letten , op hetgeen de natie kan dragen, maar op hetgeen de natie gemakkelijk kan dragen. Mijne Heeren! ik zal daarover niet spreken; het zou, dunkt mij, een woordenspel worden: Men zegge kan dragen oi gemakkelijk kan dragen, de beteekenis der woorden zal wel altijd relatief zijn. Zoo de geachte spreker mij hetgeen ik op dit punt heb gezegd toegeeft, alleen onder voorwaarde dat in de plaats van kan dragen gezegd worde gemakkelijk kan dragen, het verschil, dat overblijft tusschen hem en mij zal, geloof ik, niet groot zijn.

De tweede spreker en cenige andere sprekers, hebben vooral bijzondere onderwerpen, bijzondere afdeelingen behandeld. Het komt ook mij, gelijk den geachten Voorzitter van deze Kamer, voor dat het beter is het antwoord op hetgeen over die punten is gezegd, uit te stellen tot dat die afdeelingen aan de orde zullen zijn gekomen. Er blijft evenwel nog het een en ander over enkele algemeene beschouwingen te zeggen.

Dc geachte spreker uit Leiden (de heer Gevers van Endegcest) is begonnen met deze algemeene beschouwing, of liever met dit algemeene verwijt: er is bij het bestuur van Binnenlandsche Zaken geen wetenschappelijke zin; er is geen voortgang in kunsten, in wetenschap, in nijverheid, althans niet in zoover die voortgang van het bestuur van Binnenlandsche Zaken kan afhangen. Dit verwijt belette hem echter niet tc erkennen dat deze begrooting blijken van het tegendeel draagt. Maar in andere opzichten is er, volgens hem, stilstand of achteruitgang.

Vooreerst ten aanzien van de statistiek, een punt, hetwelk ik meen nu wel te kunnen opnemen, althans om er eenige woorden van te zeggen, aan den geachten spreker overlatende nadere redenen op dit punt aan te toonen, wanneer de uitgaven, voor de statistiek bestemd, aan de orde zullen zijn. Hij heeft gevraagd: wat is er sedert verleden jaar gedaan? Mijne Heeren, sedert verleden jaar is een zeer vermoeiend werk met groote inspanning voortgezet. Aan het bureau van statistiek van Binnenlandsche Zaken heeft men zich, sedert verleden jaar, onafgebroken bezig gehouden met de volkstelling te analyseeren en ze te brengen tot de resultaten, noodig voor de uitgave. Gesteld, dat wij hadden eene algemeene commissie van statistiek, die commissie zou zich, tot dat dit werk zou zijn afgeloopen, uitsluitend met die tank hebben moeten bezig houden. Zoo de geachte spreker dus vraagt, wat het bureau van statistiek heeft opgeleverd, dan antwoord ik: nog een weinig geduld en het zal u blijken. Maar ik moet daarbij voegen, dat bij heeft vergeten iets, waaraan ik niet een uiterst gewicht wil hechten, maar dat, geloof ik, toch een feit is, belangrijk genoeg om niet over het hoofd te worden gezien. Ik bedoel de uitgave van het Statistisch jaarboekje, het eerste, dat van wege het departement

Sluiten