Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Binnenlandsche Zaken is uitgegeven en, geloof ik, het meest volledige dat van dien aard, onder officiëel toezicht, ooit hier te lande het licht heeft gezien. Ik zeg dit geenszins om het als een uitnemend werk te roemen, dat niet zou kunnen worden verbeterd. Ik hoop, dat het hij den tweeden of derden jaargang de bewijzen van verbetering zal dragen. Maar ik zeg het alleen, omdat ik meen, dat toch die uitgave, vergeleken met hetgeen tot dusver is gedaan, in aanmerking mag worden genomen, te meer, daar te gelijker tijd aan de moeilijke taak van de volkstelling is voortgewerkt.

Het Gouvernement — zegt de geachte spreker — heeft zich beroofd van de organen, om statistische opgaven te bekomen. De commissiën van landbouw zijn afgeschaft, en waaraan zullen nu de statistische opgaven worden ontleend ? Ik antwoord vooreerst, wanneer de geachte spreker dit zegt, dan gewaagt hij uitsluitend van de statistiek van den landbouw. Voorts: zoo die statistiek, ik zeg niet uitsluitend, maar dan toch hoofdzakelijk, uit de opgaven van de commissiën van landbouw moest worden geput, ik vrees, dat zij die kritiek niet zou kunnen doorstaan. Ik geloof niet, dat wij bij de afschaffing van die commissiën van landbouw hebben verloren: wij hebben daarbij gewonnen. Gewonnen, zeg ik, omdat daardoor de particuliere krachten alom zijn opgewekt, omdat er in de plaats van die commissiën, vereenigingen zijn tot stand gekomen, die meer zullen doen, dan waartoe de commissiën van landbouw ooit in staat waren. En dit, Mijne Heeren, is een nieuw blijk van de groote voordeelen, welke de bijzondere krachtsontwikkeling heeft boven die, welke alleen door het Gouvernement wordt gevoed en beschermd. Gaarne wil ik er bijvoegen dat ik deze uitkomst heb voorzien, en ik stel mij hier aansprakelijk voor de misdaad, welke de geachte spreker aan het vorig Ministerie heeft verweten, want het is niet het vorige, maar het tegenwoordig Gouvernement hetwelk die commissiën heelt opgeheven. Ik heb bij die ontbinding voorzien, dat deze de uitkomst zou zijn, maar die uitkomst, binnen zoo korten tijd verkregen, heeft mijne verwachting overtroffen. Wat zal er nu volgen? Mijn voornemen is, wanneer in de onderscheidene provinciën die vereenigingen zich meer en meer zullen hebben ontwikkeld en uitgebreid, aan den Koning de benoeming voor te dragen van inspecteurs voor ééne provincie, of over twee of meer provinciën, daar waar de toestand van den landbouw gelijksoortig is. Die inspecteurs zullen de schakels zijn tusschen het Gouvernement en die onderscheidene vereenigingen van den landbouw; zij zullen een of twee maal 's jaars in deze residentie vergaderen: zij zullen moeten rondreizen. Door zoodanig verband van het Gouvernement met de particuliere vereenigingen zal aan het eerste eene kennis van den landbouw worden verschaft, zooals tot dusver nog niet is bezeten. En niet alleen dit, maar door middel van die inspecteurs, door middel van de gemeenschap dier inspecteurs met de landhuishoudelijke ver-

Sluiten