Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de rivieren te leiden, wel uitvoerbaar en het meest doeltreffende is.

De geachte afgevaardigde zegt: men moet niet op bijzondere punten het oog vestigen. Mijne Heeren, wanneer het werk zal zijn volvoerd, in welks begin wij ons bevinden, dan zal het noodig zijn, niet op bijzonderheden zijn oog te vestigen, maar het geheel te overzien en te vragen: wat is er nu van die algemeene verbetering? Tot dusver, en dit zal nog eenige jaren duren, zal het er juist op aankomen, het oog op bijzondere punten te vestigen, de verbeteringen na te gaan, die op deze of gene punten, schoon in verband tot één plan, hebben plaats gehad. Iedor zal mij toegeven, dat bij een groot werk zooals dit, na de eerste 12 maanden geen of zeer weinig uitkomst kan zijn verkregen. Reeds over twee jaren zal, hoop ik, die uitkomst op hoofdpunten zichtbaar beginnen te worden. De samenhang in gedachte en uitvoering zal zich dan niet enkel op het papier, maar met de daad vertoonen.

De geachte spreker beweert, dat hij dit stelsel van leiding der rivieren door perpendiculaire kribbingen op onwraakbare gronden heeft wederlegd. Ik moet er dit op antwoorden. Ik heb zijn werk laten onderzoeken, maar tot dusver niet gevonden, dat ééne stem het advies ondersteunde van den geachten spreker, die onze methode veroordeelt en daarentegen de zijne als verkieslijk beschouwt. Ik zwijg nu van de middelen. Te recht heeft hij zelf zijn plan een reuzenplan genoemd.

Volgens den geachten spreker bezit de Regeering geen genoegzaam inzicht, en kan zij het niet bezitten. De vraag is, Mijne Heeren, wat verstaat hij hier onder Regeering? Te dezen aanzien is Regeering het Gouvernement, te zamen gedacht met alle ambtenaren, werktuigen van onderzoek, van advies, van uitvoering. En de spreker zal gewis aan de Regeering, in dien zin, geen inzicht betwisten. Bedoelt de geachte spreker met Regeering den Minister van Binnenlandsche Zaken, die aan het hoofd is geplaatst? Die Minister, Mijne Heeren, is geen deskundige, en hij zou zijn ministerie moeten verlaten, indien hij deskundige werd om mede te werken of ingenieursdienst te doen. Maar dit sluit niet uit, dat de Minister in de gelukkige gelegenheid is, te laten onderzoeken, de adviezen van zoovele deskundigen, ook het advies van den geachten spreker, te vergelijken, om ten laatste, na die vergelijking, te beslissen.

Alles komt neder op het gevoelen van de twee inspecteurs, zegt de spreker. Dit is niet juist. Gelooft de spreker dan, dat ten aanzien van dergelijke gewichtige onderwerpen uitsluitend twee menschen worden geraadpleegd ? Gelooft hij dat niet onder het oog der Regeering komen zoo vele andere gevoelens, hetzij van de belanghebbenden, hetzij van de hoofdingenieurs? Ik zeg: van de belanghebbenden. Er is nauwelijks één tak van bestuur, waarvan de werking zooveel bijzondere belangen treft, als het bestuur van den Waterstaat. En ieder weet zijne belangen

Sluiten