Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kennen zal gewis instemmen dat dit corps een sieraad van ons land is. Men houdt mij, geloof ik, voor een streng beoordeelaar van bekwaamheid en dienstvlijt, en zoo men aldus denkt, men doet mij geen onrecht. Welnu, ik erken, telkens in de gelegenheid te zijn, de uitstekende diensten van die ambtenaren te waardeeren en op prijs te stellen.

De geachte spreker is teruggekomen op het wantrouwen, dat — zegt hij — aan de IJseloevers bestaat ten aanzien van de inzichten van den Waterstaat. Ik moet hem verzoeken toch niet te wikkelen, hetgeen hij noemt Waterstaat, dat is het geheele personeel van de ambtenaren van den Waterstaat, in dat wantrouwen — ik gebruik nu zijne woorden —, dat bij dezen of genen, misschien bij velen, ten aanzien van een enkel individu kan of heeft bestaan. Het gebeurt, dat de inzichten van een ingenieur, van een hoofdingenieur niet overeenstemmen met die van een gedeelte der bevolking, en ik geef toe, de schuld kan gelegen zijn bij den ingenieur. Ik beweer geenszins, dat de lof van bekwaamheid, van uitersten ijver, op ieder ambtenaar van den Waterstaat evenzeer toepasselijk is.

De geachte spreker heeft sommige punten als redenen van dit wantrouwen opgegeven. Hij heeft gesproken van een steen, gemetseld in een muur te Deventer, van kribwerken te Wijhe, van het cement van Cazius. Dat zijn feiten, Mijne Heeren, die plaats hebben gehad alvorens ik deze betrekking aanvaardde, en ik spreek niet van hetgeen de Waterstaat te voren is geweest. Ik ken dien vroegeren toestand niet, maar ik spreek met vertrouwen en kennis — nu ik het mij tot eere reken dat corps onder mijne bevelen te hebben —, van hetgeen het personeel van den Waterstaat thans is. Zoo de geachte spreker het cement van Cazius in het bijzonder genoemd heeft, verzoek ik hem er wel op te letten, dat hij niet te veel afga op hetgeen deze of gene heeft gezegd, en ik geloof, dat dit bij andere punten ook wel in aanmerking mag komen. Is hetgeen omtrent dat cement werd gezegd juist? Ik weet het niet. Was het de algemeene meening van den Waterstaat, dat dat cement — hetgeen later een niet zeer bruikbaar materieel bleek te wezen — bruikbaar was, of heeft hier de invloed van een enkelen gewerkt? In het gemeene leven geeft men zich zoo licht aan een of ander vermoeden of vooroordeel over zonder eenigen wezenlijken grond hoegenaamd. Hetgeen de geachte spreker zelf heeft aangehaald als het gezegde van een boer, die hem over Waterstaat kwam spreken, toen, ter gelegenheid van grondwetsherziening, de oranjewimpels in Zwolle wapperden, kan ten bewijze strekken.

De geachte spreker uit Gorkum (de heer Schifïer) is wedergekeerd tot zijne rede van gisteren. Ik zal, ik moet de onderscheidene punten opnemen die hij heeft aangevoerd. Ik ben liet hem, als deskundige, schuldig. Ik zal dat doen op mijne wijze, niet als deskundige, maar

Sluiten