Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als Minister van Binnenlandsche Zaken; ik zal het doen kort en, zooveel in mijn vermogen is, afdoende.

In do eerste plaats heeft de geachte spreker gevraagd: waar is de afbakening van den werkkring van de ambtenaren van den Waterstaat? Hij zou ook wel hebben kunnen vragen: waar is de afbakening van den werkkring van de onderscheidene Ministers? Die afbakening bestaat, schoon in geene instructie, in geen decreet, in geene wet omschreven. Ieder ambtenaar van den Waterstaat weet zeer wel wat hij te- doen heeft, en ontwaarde ik in de praktijk op dat punt wanorde, onzekerheid, onwetendheid, ik zou zeer spoedig aan die onwisheid een einde maken.

Het verslag van de inspecteurs is gebrekkig, zegt de geachte spreker. Het is zeker geen gebrekkig verslag, zoo men de bronnen waaruit liet is geput, in aanmerking neemt. Ik geloof niet, dat ooit een rapport, over eene belangrijke aangelegenheid uitgebracht, zóó wél was voorbereid.

Ik heb het rapport van de inspecteurs beschouwd als de slotsom van hetgeen was voorafgegaan; ik heb gezegd, dat de enquête mij voorkwam, na de vroegere rapporten, te zijn uitgeput, dat slechts het besluit moest worden opgemaakt, zooals bij dat rapport gebeurd is. Nu zegt de geachte spreker: de menigvuldigheid van inzichten der vorige rapporten, en er zijn er honderde, is het grootste beletsel. Ik neem dat woord voor mij. Wat heeft de geachte spreker gisteren verlangd? Hij wenschte, dat het onderzoek opnieuw zou worden aangevangen. Derhalve, men zou, nu dat beletsel overwonnen is door een eindrapport, nieuwe beletselen scheppen of te gemoet gaan.

De spreker wil geene despotieke regeering van de dijkbesturen. Dit is waar. Hij maakt aan alle, despotieke zoowel als liberale, regeering op eenmaal een einde, want hij wil de dijkbesturen opgeheven, door den Staat in beslag genomen zien. Zij moeten, zegt de spreker, aan een algemeen toezicht worden onderworpen. Gewis, er moet een algemeen, een werkzaam toezicht zijn. Het bestond in vroegeren tijd niet, maar ik geloof dat men in de laatste jaren eene werkzame leiding niet zal hebben gemist. Op dit oogenblik bestaat er — zegt de geachte spreker — een despotiek bestuur, en dit is het gevolg van despotieke reglementen. Mijne Heeren, dat zijn provinciale reglementen. Zijn die despotiek? Men kan het woord despotiek in tweeërlei zin begrijpen. Het kan beteekenen, dat de provinciale macht, bij die reglementen, misbruik zou hebben gemaakt van het recht dat zij uit de Grondwet heeft. En dit moet ik tegenspreken. De provinciale wetgeving is, geloof ik, in de meeste provinciën binnen de grenzen gebleven, die de Grondwet trekt. De macht, welke de provinciale besturen uit de Grondwet hebben, is zeer groot. Maar despotiek kan ook zoo worden verstaan, dat de provinciale macht regelen heeft voorgeschreven, die in strijd zijn met het wezenlijk belang van de verschillende dijk- of tïiorbecke, Parlementaire redevoeringen, i851—185*2. g

Sluiten