Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebeurt — ik mag dit uit de rapporten, die ik ontvang, opmaken —, beantwoorden volkomen aan het doel.

De geachte spreker laat mij zeggen, dat mij, bij onderzoek van zijn werk, hetgeen ik door anderen nauwkeurig heb laten nagaan en ook zelf met nauwgezetheid heb onderzocht, gebleken zou zijn, dat niet» van hetgeen hij wil, uitvoerbaar is. Mijne Heeren, het is onmogelijk, dat ik dit gezegd heb. Het is integendeel uit dat onderzoek gebleken, dat de geachte spreker — en dit heeft mij bijzonder verblijd, want het heeft mij in mijne overtuiging bevestigd, — op zeer vele punten van dezelfde meening is als de ambtenaren van den Waterstaat en instemt met het stelsel, bij het plan gevolgd. Dit heeft men geenszins miskend. Gelijk het altijd hoog moet worden gewaardeerd wanneer iemand, door niets anders dan door ijver en belangstelling in de zaak gedreven, de behandeling van een groot publiek belang toelicht, zoo heeft men ook hier de verdienste gewaardeerd en er hulde aan gebracht. Waarom nu niet deze of gene schrijver het werk openlijk heeft wederlegd, ik weet het niet; het is eene zaak van particulieren arbeid. Maar het zou mij niet verwonderen, zoo de geachte spreker vroeger of later eene openlijke behandeling, eene openlijke kritiek van zijn werk te wachten had. Hij bevindt zich, in dit opzicht, in het geval van zoo menig schrijver, die een verdienstelijken arbeid heeft geleverd; zoo menig schrijver wenschte reeds aanstonds een weerslag op zijne gedachte, maar het publiek, de deskundigen zwijgen. Het is een uitblijven der voldoening, waarop men hoopt, maar die niet altijd, vooral niet bij eene zaak van groot gewicht, zoo onmiddellijk volgt.

De geachte afgevaardigde heeft gezegd, dat, indien zijne berichten juist waren, eerst kort vóór het indienen der begrooting — hij sprak, meen ik, van dertien dagen — aan de ambtenaren van den Waterstaat last zou zijn gegeven, hun gevoelen omtrent de werken, die moesten worden gemaakt, te doen kennen. Welke begrooting hij bedoelt, die van het loopende jaar, of de begrooting, nu voorgedragen, ik weet het niet. De begrooting, verleden jaar behandeld? Maar hij weet, dat het rapport, toen overgelegd, het gevolg is geweest van al den arbeid vroeger verricht, en dat dit rapport, bedrieg ik mij niet, langen tijd voor dat de toenmalige begrooting is overgelegd, werd uitgebracht. Het rapport is in Januari 1850, meen ik, uitgebracht, en overgelegd bij de begrooting die in den herfst van dat jaar werd ingediend. Spreekt de geachte afgevaardigde van de begrooting nu voorgedragen? Ik weet niet wat hij dan bedoelt. De werken thans voorgesteld, zijn sedert bijna een jaar beraamd. De opvolging der werken van het eene jaar in het andere, was althans voor de eerste jaren reeds genoegzaam aangeduid in het eerste algemeene rapport. Dat men dus met overhaasting, zonder behoorlijk onderzoek, te werk zou zijn gegaan, dit is — ondersteld dat de geachte spreker dit meent — te eenen male onjuist.

0*

Sluiten