Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van art. 11, die zegt: „Bij ontoereikendheid der middelen in de voorgaande artikelen aangewezen, zullen er op de directe belastingen zoodanige opcenten worden geheven, als door den Koning, na verhoor der Staten, zullen worden bepaald, waarvan de opbrengst uitsluitend voor het onderhoud der calamiteuse polders zal besteed worden." En dit alles nu nog niet toereikend zijnde, wordt het overschot verstrekt door de schatkist. Of nu die bijdrage, die ten behoeve van deze, niet alleen voor de provincie Zeeland, maar ook voor een ander deel van ons Land uiterst gewichtige verdediging uit de schatkist wordt geleverd, — of, zeg ik, die bijdrage, wanneer men het algemeene belang en het belang van Zeeland tegenover elkander legt, met de uiterste juistheid is afgemeten, durf ik niet bepalen. Of zoodanig belang wel eene volkomen juiste uitdrukking in cijfers duldt, Mijne Heeren, ik zou er aan twijfelen. Dit weet ik, dat hetgeen tot dusverre met dat Rijkssubsidie geschiedde, is te beschouwen als een werk van groot belang, ook voor de provincie Zuidholland.

Ik sprak eerst van het wenschelijke der vaststelling van een regel ten aanzien van de bijdragen tot onderhoud der zeeweringen. Ik geloof dat zoodanige regel ook ten aanzien van de provinciën Friesland, Groningen, Overijsel zal behooren te worden gesteld. Maar of nu, onder zoodanigen regel als in Zeeland bestaat, ook andere provinciën zullen kunnen worden gebracht, dit is de vraag. Noch Groningen, noch Friesland hebben calamiteuse polders.

De geachte spreker heeft zich bedrogen, toen hij zeide dat het Rijk meer bijdraagt voor de calamiteuse polders van Zeeland dan uit de provincie zelve wordt verstrekt. Ik heb reeds aangevoerd dat in de laatste jaren ongeveer een millioen 's jaars wordt bijeengebracht en dat daarvan tusschen de twee a drie ton, meestal slechts weinig boven de twee ton, bijgedragen is door de schatkist.

De geachte spreker heeft van achteloosheid van dijkambtenaren gewaagd. Ik verzoek hem wel te willen onderscheiden; eene onderscheiding, te meer noodig, omdat die aanmerking van den geachten spreker uit Zeeland aanleiding schijnt te hebben gegeven om te spreken van ontrouw van dijkambtenaren. Die achteloosheid van dijkambtenaren, waarvan te recht is gewaagd, is in onderscheidene gevallen bij beambten van bijzondere dijkdirectiën. De organisatie der bijzondere dijkdirectiën in Zeeland laat veel te wenschen over. En ik geloof daarom, dat men zich in Zeeland zeer ontijdig aan de beginselen van dat Napoleontische reglement zoekt te onttrekken; een reglement, dat men echter niet moet beschouwen als een Fransch werk, want het is ontworpen door een Zeeuw, ten gevolge van de groote rampen, die Zeeland in 1808 ondervond. Ik verzoek de Zeeuwen te vergelijken de uiterste rampen, toen ondervonden, en de stortvloeden waaraan Zeeland toen was blootgesteld, met de hoogere stortvloeden, waartegen de werken in lateren tijd bestand waren. Men zal dan tot

Sluiten