Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tc worden besteed of niet mocht kunnen worden besteed, die som zou mogen worden gebruikt om een subsidie te geven aan een werk, aan eene instelling, op den toelichtenden staat niet met name genoemd? Waarom moet hetgeen anders gebruikt zou kunnen worden voor ongenoemde werken, stil blijven liggen, daar ik toch ten behoeve van die ongenoemde werken uit den post voor onvoorziene uitgaven zal mogen overschrijven? Ik geloof, dat in het belang van den dienst deze speling moet worden gelaten. Hetzelfde wat bij behoud van één enkel artikel mogelijk zal zijn, zal bij splitsing kunnen worden verkregen door overschrijving uit den post voor onvoorziene uitgaven. Maar uit de splitsing zou het nadeel voortspruiten, dat de dienst zou worden belemmerd, zoo ik bedenking mocht hebben uit den post voor onvoorziene uitgaven over te schrijven. Die post zou ook uitgeput of nagenoeg uitgeput kunnen zijn. Ik meen dus, in het belang van het nut, aan de beschikking over deze som verbonden, het amendement, door de geachte Commissie voorgesteld, niet te mogen aannemen.

De lieer van Goltstein, lid der commissie, komt terug.

Ik heb den geachten spreker eens met een bijzonder genoegen hooren zeggen, dat hij ministeriëel was. Ik wenschte wel, dat hij het ook op dit punt kon zijn. Wordt hetgeen de geachte Commissie voorstelt, aangenomen, dan zal niet zijn belet, eenige van de subsidiën, bier met name uitgetrokken, te versterken. Dan zal niet zijn belet, dat voor de groote wegen van de 2de klasse in de provincie Zeeland een subsidie van ƒ 6000 in plaats van ƒ 2000 worde verstrekt, of dat het subsidie daaraan worde onttrokken en aan een ander werk, in den toelichtenden staat vermeld, worde gegeven. Ik zal alleen daarin worden belet, dat ik, zoo de subsidiën, hier met name genoemd, zullen zijn gebruikt en op een of ander punt eene verhooging wordt vereischt, deze verhooging niet zal kunnen ontleenen aan den post voor nieuw te verleenen bijdragen en subsidiën op den toelichtenden staat ten bedrage van ƒ 50,000 uitgetrokken.

De geachte spreker heeft gezegd, die subsidiën zijn zoo wel geregeld, dat het niet te pas zal komen daarvan af te trekken of daaraan iets bij te voegen. Ik zal hem hier wijzen op het subsidie voor den aanleg eener noodhaven te Nijmegen. Het verleenen van dat subsidie is nog niet te pas gekomen, en of het in den loop van het jaar 1852 te pas zal komen, is de vraag. Dat subsidie, mocht het nog niet worden gevorderd, zou in den loop van dit jaar misschien kunnen worden besteed tot een uitstekend nuttig, tot een dringend einde, en men zou het niet kunnen doen, in zoover dat einde een nieuw subsidie ware. Daartoe zou dan de som voor onvoorziene uitgaven moeten dienen. Is dat redelijk? Het ware dit, zoo men hier te doen had

Sluiten