Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vraag staat in verband met musea en den Hoogen Raad. Is aan de bestaande gebouwen eene definitieve bestemming gegeven, men kan dan ten aanzien van het overblijvende beslissen, of er een nieuw gebouw voor noodig is. Maar zoolang men niet weet, of bij voorbeeld voor den Hoogen Raad een nieuw gebouw zal worden opgericht — en dit kan nog niet worden beslist —, zoolang kan ook ten aanzien van het archief en van de onderscheidene musea geene stellige beslissing worden genomen. Of men moest willen besluiten, tot iederen prijs een nieuw droog gebouw voor het archief te zetten. Maar al is de toestand onzer financiën thans gunstiger dan voor twee jaren, ik geloof, dat toch niet licht dergelijk besluit zal worden genomen. Zoo dringende is het gevaar niet, bij de voorzorgen die tegen het nadeel, dat inzonderheid brand zou kunnen te weeg brengen, steeds worden genomen. Wanneer eene beslissing zal zijn gevolgd omtrent gebouwen, op dit oogenblik beschikbaar of die beschikbaar zullen komen, over de woning die aan den Hoogen Raad zal gegeven worden, hetzij in de residentie, hetzij in eene andere plaats, dan zal men kunnen zien, of er een geschikt gebouw voor het archief is, dan wel of er moet worden besloten tot stichting van een nieuw gebouw.

De heer Van Lynden komt er tegen op, dat in Gelderland een dijkbestuur dooi- den Commissaris des Konings, op last van den Minister van Binnenlandsche Zaken, werd aangeschreven om zijn archief over te brengen naar liet provinciaal archief te Arnhem. Het bevel steunde, volgens hem, op art. 1 der wet van 5 Brumaiie an V, welke wet evenwel, naar luid van het rapport der commissie voor de Fransche wetgeving, niet verbindend was.

De geachte spreker vestigt de aandacht der Regeering op hetgeen onlangs in Gelderland zou hebben plaats gehad. Maar zoo ik wèl gis wat hij bedoelt, dan heeft dit met het archiefwezen hoegenaamd niets te doen. Het bevel, waarop hij, meen ik, doelde, was een bevel, niet gegeven in het belang van de archieven, maar in het publiek belang, in het Regeeringsbelang. Ambtspapieren, tot een voormalig ambt van Gelderland behoorende, werden teruggehouden door een tegenwoordig dijkbestuur, te voren met het ambtsbestuur versmolten; papieren, waarmede dat dijkbestuur, daar zij op het ambt betrekking hebben, hoegenaamd niets te doen heeft. Die ambtspapieren — niet de papieren van het dijkbestuur — zijn gevraagd, niet in het belang van het archief, niet om ze onder den heer Nijhofi' te Arnhem te brengen, maar omdat ze Staatspapieren zijn geworden. De Fransche wet, welke de geachte spreker heeft aangehaald, heb ik nu niet voor mij. Ik zou ook geene discussie over hare verbindbaarheid willen uitlokken, eene discussie, die, geloof ik, niet in de orde zou zijn. Ik merk alleen op, dat de geachte spreker zeker niet zal bedoelen dat die wet door de Regeering als niet verbindbaar zou moeten worden

Sluiten