Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beschouwd, uit dien hoofde, dat de bedoelde commissie zich tegen de verbindbaarheid heeft verklaard. De vraag zelve omtrent het al- of met-verbindbare dier wet is hier onverschillig, althans wanneer de geachte spreker hetzelfde geval op het oog heeft, dat ik nu bedoel.

,1S geene Fransche wet noodig, om een bestuur te verplichten papieren af te geven, die onder dat bestuur, in zijn tegenwoordigen toestand in zijn tegen woordigen werkkring, volstrekt niet behoor™. Ik zeg dit met te meer aandrang, omdat men niet zelden het verschijnsel ontmoet, dat een bestuur papieren onder zich blijft houden, die het toevallig, ten gevolge van eene vroegere inrichting, in bezit eeft, maar waarmede het, bij zijne tegenwoordige taak, niet meer te doen heeft. Dit ontmoet men niet zeldzaam, zeer tegen het publiek )ela,ng, en gewis strijdig met alle beginselen van orde en recht, hetzij ze in eene Fransche wet zijn bevestigd of niet.

Art. 125. Koninklijk kabinet van schilderijen te 's Gravenhage. Traktementen der ambtenaren en bedienden ƒ1,600.-. Art. 140. Verzameling op het Paveljoen I ,aarlem van kunstwerken van levende meesters. Kosten van buitengewoon opzicht, onderhoud, huishoudelijke uitgaven en aankoopen (4,250.—. De heer Holfman wenscht art. 125 na art. 140 te behandelen.

Het komt mij voor, dat de geachte spreker de redenen, waarom hij zoodanig uitstel verlangt, nu zou behooren te ontwikkelen. Ik herinner mij zeer wel dat bij de algemeene discussie gesproken is over de verzameling op het Paveljoen, maar dat is daarbij afgeloopen. /oo de geachte spreker nu, in verband met bezwaren tegen dit artikel of tegen artikel 140, de volgorde, waarin de artikelen behandeld worden, veranderd wenscht te hebben, dan komt het mij voor in de orde te zijn, dat hij die bezwaren nu in het midden brenge. De ergadering kan dan beoordeelen of zij grond geven voor zoodanige verschuiving van de stemming over een artikel, als de geachte spreker verlangt.

De uitgaaf van art. 140 onnoodig. De meeste schilderijen, zei de heer Hoflman, zijn afkomstig uit het Mauritshuis te 's Gravenhage; zij konden daarheen worden teruggevoerd. Dan is verhooging van art. 125 noodig, tot aanmaak van schilderijen, waartoe de regeering bij contract verplicht is.

De geachte spreker bedriegt zich ten aanzien van de verzameling van schilderijen te Haarlem. Die verzameling heeft een bijzonder c oei; zij bestaat uit schilderijen van levende meesters; er is een groot aantal stukken, hoewel ik niet wil zeggen, dat het alle uitnemende unststukken zijn. Ik ben er dikwijls op bedacht geweest om die verzameling over te brengen, want ik geloof niet, dat het doel, dat men er zich vroeger mede voorstelde, nu nog kan worden bereikt.

8*

Sluiten