Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer men op dien grond, dien ik zoo even de eer had aan de ^ ergadering mede te deelen, en die, geloof ik, door niemand zal worden gewraakt, besluit de bezoldiging van Gedeputeerde Staten tot het vroeger cijfer te verhoogen, dan moest dit zoowel ten aanzien van de provinciën Zuid- en Noordholland, als ten aanzien van de andere provinciën in acht worden genomen. Wanneer men op grond dat men enkel bij herstel der oude bezoldiging, op den duur, over een bekwaam en genegen personeel in de verschillende oorden der provinciën zou kunnen beschikken, de bezoldiging op het vroegere cijfer meende te moeten brengen, dan zou men, de andere provinciën naar dien grond behandelende, maar hetzelfde beginsel niet op Noord- en ZuidhoJland toepassende, de klachte, die men in de andere provinciën had weggenomen, in Noord- en Zuidholland laten bestaan. Ik behoef er nauwelijks bij te voegen, dat voor de bepaling van bezoldiging in den regel geen zoo vaste maatstaf is te vinden, maar dat het met de bezoldiging gaat gelijk met de behoefte. De gewoonte, de dunk doet zeer veel af. Stelt men zich voor ƒ 2000 volstrekt te behoeven om in deze of gene betrekking zijne werkzaamheden behoorlijk te kunnen waarnemen, te kunnen leven zooals men in dien rang behoort te leven, dan zal het weinig afdoen of er een uitvoerig betoog wordt gegeven, dat men het ook wel voor ƒ 1500 zou kunnen doen. Die dunk kan, van nabij beschouwd, eene valsche voorstelling zijn, hij is niettemin eene kracht, die beweegt om te aanvaarden of, aanvaard hebbende, te behouden. Hierop werd juist bij dit nieuwe voorstel gelet.

De geachte spreker uit Friesland heeft in bedenking gegeven aan de leden der Gedeputeerde Staten, die in eene van de hoofdplaats der provincie verwijderde gemeente wonen, reiskosten toe te kennen. Dit is een bezwaar, hetwelk hij tegen de provinciale wet had moeten inbrengen. Het voorstel, zooals het nu is geformuleerd, is op het stelsel van de provinciale wet gegrond.

In de tweede plaats heeft de geachte spreker een bezwaar ingebracht met betrekking tot het verschil ten aanzien van hetgeen als huur of als schadevergoeding aan de provinciën wordt toegelegd voor de woningen van de commissarissen des Konings. Hij heeft daarbij het oog gevestigd op Gelderland, en in de tweede plaats op de provincie zijner inwoning, op Friesland. De geachte spreker heeft wel niet met zoovele woorden, maar toch in den geest vergeleken, hetgeen daar als huur wordt vergoed, met hetgeen bijv. in deze provincie nis huur wordt betaald. Die cijfers, Mijne Heeren, zijn vroeger vastgesteld, misschien niet met de uiterste nauwkeurigheid; maar men heeft dan toch in het oog gehouden hetgeen woningen van die klasse ongeveer kosten in die bepaalde plaatsen. Men zal dan gewis de residentie niet op ééne lijn kunnen plaatsen met Leeuwarden en Arnhem. In welk geval bevinden wij ons nu? Er zijn gebouwen van de provinciën waarvoor de huur van Rijkswege wordt verstrekt, maar zijn dat

Sluiten