Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleine gemeenten tot een kanton te vereenigen, schoon men dit niet zóó ver mag uitstrekken als in Gelderland is geschied. Reeds voor de lichting die nu aanstaande is, zal in Gelderland het contingent gemeentegewijze worden geheven.

In de tweede plaats heeft de geachte spreker gewaagd van de Maintzer conventie, met betrekking tot de lijnpaden. Hij heeft gevraagd , hoeveel die lijnpaden zullen kosten en of het niet beter zou zijn den stoomsleepdienst te behouden, die wellicht minder zou kosten. Ik moet daartegen opmerken, dat wij door de Maintzer conventie zijn gehouden, de bestaande lijnpaden in orde te brengen en te houden. Die conventie spreekt niet van een stoomsleepdienst, en ondanks den stoomsleepdienst, zijn de klachten van de Duitsche Staten, over de niet-uitvoering van dit punt der Maintzer conventie, telken jare herhaald. Vooral nu wij den stoomsleepdienst wenschen in te trekken, is geenerlei voorwendsel of reden te vinden om die bepaling niet na te leven, en zij zal worden nageleefd, door langzaam herstel van hetgeen de conventie noemt: les chemins de halage existans; langzamerhand, omdat ik niet geloof dat de belangen van de scheepvaart zeer bijzonder, zeer algemeen bij het in orde brengen van die paden zijn betrokken.

De geachte spreker uit de residentie (de heer De Brauw) heeft de aandacht van het Gouvernement gevestigd op de intellectueele en moreele belangen van de Natie, voor zoover de bevordering daarvan was toevertrouwd aan het Departement van Binnenlandsche Zaken. Een punt van die intellectueele en moreele belangen scheen hem toe vooral te verdienen hier ter sprake te worden gebracht, de niet-uitvoering namelijk van de bepaling der Grondwet ten aanzien van de wettelijke regeling van het onderwijs in het algemeen, en van de vrijheid van onderwijs in het bijzonder. Ik behoef de opmerkzaamheid van dien spreker niet hierop te vestigen, dat wij bij de wet niet de vrijheid van onderwijs kunnen regelen zonder tevens die andere punten te regelen welke mede ten opzichte van het onderwijs in de Grondwet zijn opgenomen. Het een en het ander moet tegelijk worden geregeld. De geachte spreker heeft erkend, dat de Minister van Binnenlandsche Zaken tracht te gemoet te komen in de bevordering van die vrijheid, die de eigenschap zal zijn van den toestand, door de aanstaande regeling te scheppen. De Minister van Binnenlandsche Zaken, zeide hij, heeft aanleiding gegeven tot een vrijgevige toepassing van de wet van 1806; op zich zelf is dit prijselijk, maar wat is het gevolg? Zijn antwoord was: „Het stelsel van de wet van 1806 geraakt in duigen." Vooreerst moet ik den spreker verzoeken het stelsel van de wet van 1806 en de voorschriften van de reglementen niet onder één hoofd te noepien. De wet van 1806 is zeer kort en men trekt zeer dikwijls tot het stelsel van die wet, hetgeen op de reglementen, ten gevolge van de wet uitgevaardigd, berust. De geachte spreker zegt:

Sluiten