Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ontwerp van wet tot rekraciitioing van provinciale belasting in Gelderland. Bekrachtiging der belasting voor drie jaren. De behandeling van dit ontwerp was enkele dagen te voren uitgesteld tot na de aanneming van de middelenwet, omdat de Kamer meende dat eerst, wat men noemde, het principale (de wet op de middelen), en daarna het accessoire behoorde te worden behandeld. Strijd met de grondwet?

De geachte spreker oordeelt, dat het bekrachtigen van provinciale belastingen, voor meer dan één jaar, niet overeenkomstig zou zijn met de Grondwet, niet overeenkomstig met regelmaat en orde.

1°. Niet overeenkomstig met de Grondwet. Om dat te betoogen, bedient de geachte spreker zich van art. 119 der Grondwet, deze belastingen vergelijkende met de Rijks-middelen. Ik moet hem doen opmerken, dat die vergelijking niets bewijst tegen het stelsel van bekrachtiging hier aangenomen. De belastingen, wier opbrengst het grootste gedeelte der Rijks-middelen uitmaakt, rusten op bijzondere wetten, waarbij de heffing daarvan is bevolen. De belastingen rusten geenszins op de wet van de middelen, die voor het volgend jaar zoo even is aangenomen; maar zonder deze wet, zou het Gouvernement geene beschikking over de opbrengst der belastingen hebben. En ziedaar hetgeen ook hier plaats vindt. De belastingen worden uitgeschreven voor één, twee, drie jaar, of voor een onbepaalden tijd, maar bij de begrooting wordt verlof gegeven om over dat middel te beschikken. Ik meen derhalve, dat hierin geen strijd is gelegen met de Grondwet, ook niet met hetgeen zij wil ten aanzien van de Rijks-middelen.

2°. Niet overeenkomstig met regelmaat en orde. Tot betoog hiervan heeft de geachte spreker zich beroepen op de motie van orde, hier dezer dagen gedaan, en door de Vergadering aangenomen. Ik heb dit besluit der Vergadering geëerbiedigd, maar genoegzame redenen heb ik er niet voor gevonden. Ik zie geene enkele reden, waarom zoodanige provinciale belastingen door de Kamer niet zouden kunnen worden behandeld, alvorens door de wetgevende macht aan het Gouvernement de beschikking is gegeven over de opbrengst der belastingen.

Ik meen dus, dat er noch strijd met de Grondwet, noch met regelmaat en orde bestaat, wanneer de heffing van provinciale belastingen voor meer dan één jaar wordt bekrachtigd. Ik meen integendeel, dat regelmaat en orde het medebrengen. Waarom? Omdat de opbrengst van deze belastingen moet strekken om in blijvende behoeften te voorzien, in behoeften, die waarschijnlijk voor eene reeks van jaren, zeker voor drie jaren, zullen blijven. En wanneer men nu niet ten onrechte uitgaven berekent als gegrond op een vasten toestand, waarom zou men dan niet de middelen, die tot dekking van die uitgaven moeten strekken, voor een zeker aantal jaren aanwijzen? Ik wil nu

Sluiten