Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarlaten de te eenen inale nutteloozc moeite voor de provinciale Staten, voor liet Gouvernement, voor de Wetgevende Macht, om dergelijke telkens terugkeerende belastingen, waarvan de opbrengst dient om blijvende behoeften te dekken, telken jare op nieuw te onderzoeken en goed te vinden.

Beraadslaging over het ontwerp van wet tot goedkeuring van eenige artikelen der tusschen Nederland en Pruisen gesloten overeenkomst tot wering van den sluikhandel. Men vroeg mededeeling van het met Pruisen gesloten tractaat omtrent de aansluiting van onze spoorwegen niet die in Duitschland.

Ik moet voorop stellen, dat de Regeering volkomen bereid is, aan deze Kamer alle inlichtingen te geven, die zij verlangen mocht. Of die inlichtingen beter in comité-generaal zullen worden gegeven dan wel in openbare vergadering, die vraag kan later afzonderlijk worden gesteld. Ik zal het antwoord op die vraag thans ter zijde laten, maar ik meen eene opmerking te mogen maken ten aanzien van een gezegde van den geachten spreker uit Rotterdam en van een ander gezegde van den geachten spreker uit Gelderland, die het laatst het woord heeft gevoerd.

De eerste spreker heeft gezegd, dat die twee verdragen — dat waarover nu wordt gehandeld en dat tot verbinding van de spoorwegen — één geheel uitmaken. Van die meening zou hij terugkomen, zoodra hij kennis droeg van het verdrag omtrent de aansluiting. Inderdaad hebben de twee verdragen niets hoegenaamd met elkander gemeen, en kunnen zij in geen enkel opzicht een geheel worden genoemd. Dat ze aan elkander zijn gekoppeld op die wijze, als het geachte lid van de Commissie van Rapporteurs zoo even verklaarde, is louter een gevolg van een diplomatisch incident. Nadat sedert langen tijd de onderhandelingen met Pruisen over de aansluiting van de spoorwegen waren afgebroken, heeft deze Regeering het zich tot plicht gerekend, die onderhandelingen weder op te vatten. Toen dit met ernst was geschied, heeft het Pruisische Gouvernement gemeend dat het belang, hetwelk hier aan die verbinding werd gehecht, het Nederlandsche Gouvernement tot iets meer zou kunnen leiden dan tot het sluiten van die overeenkomst. En daar de Pruisische Regeering zooveel belang stelde in het tot stand komen van het tractaat, dat thans door deze Vergadering wordt behandeld, heeft zij verlangd dat dit tractaat te gelijk met het andere tot aansluiting van de spoorwegen tot stand zou worden gebracht. Het samenbrengen dezer tractaten is dus niet het gevolg van cenig innerlijk verband tusschen beide, maar alleen van het verlangen van Pruisen waaraan men in het belang

Sluiten