Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de groote gemeenschap van dit land heeft moeten toegeven, om te verkrijgen hetgeen eene levensvraag voor den handel van dit Rijk is.

De geachte spreker uit Gelderland (de heer Van Nispen van Pannerden) heeft gemeend, dat, wanneer het eene tractaat was het equivalent van het andere, men dan toch dat equivalent moest kennen om te weten welke waarde men daaraan moest hechten. Ik had reeds de eer te zeggen, dat bij de Regeering geenerlei aarzeling bestaat aan deze Vergadering al die inlichtingen te geven, welke zij verlangt. Maar wanneer de geachte spreker gelooft, dat het lezen van dat tractaat in zijne beoordeeling van de waarde van het equivalent eenige verandering zal brengen, dan geloof ik, zal hij zich bedrogen vinden. De strekking van dat tractaat is om de verbinding mogelijk te maken. Daaraan zijn geen bezwaren voor dit land verbonden, dan in zooverre van deze zijde is toegegeven aan de hoofdvoorwaarde, welke Pruisen van den beginne af stelde en waarop het bij de hervatting der onderhandelingen is teruggekomen: ééne wijdte van spoor. Ik geloof dus niet, dat die geachte spreker bij het lezen van het tractaat eene reden zal vinden om meer of minder waarde te hechten aan het equivalent. Hij zal er die waarde aan hechten, die ieder, belang stellende in den handel van dit land met het hart van Europa, aan de gemeenschap door middel van de groote beweegkracht van onzen tijd zal hechten. En dit is het punt waarop het alleen aankomt. Ik laat nu geheel aan de Vergadering over te beslissen, of zij eene bijzondere mededeeling van het tractaat met Pruisen en van al de artikelen van dat verdrag verlangt. Mocht de Vergadering dit verlangen, ik zal dan eenige oogenblikken verzoeken, om van het hotel van mijn departement de stukken te ontbieden.

Met '21 tegen 13 stemmen werd besloten de mededeeling van het met Pruisen wegens de spoorwegaansluitingen gesloten tractaat te verzoeken. Zal de mededeeling in openbare vergadering geschieden?

Mijnheer de Voorzitter. Indien het er enkel op aan mocht komen, het tractaat met Pruisen tot aansluiting van de spoorwegen voor te lezen, ik vind geen bezwaar, dat die mededeeling in openbare zitting geschiedt. Maar indien die voorlezing mocht leiden tot vragen, die door de Regeering niet zullen kunnen worden beantwoord, dan met verklaring van den verderen loop der onderhandelingen; indien de Minister alzoo in het geval zou kunnen komen om te zeggen hetgeen nog geheim moet blijven, het ware dan beter, van den beginne af in comité-generaal over te gaan.

Het zal ^r dus van afhangen, of de Vergadering enkel kennis wil nemen van het tractaat, dan wel of zij dit verder aan discussie wil onderwerpen.

Tot mijn leedwezen ondervind ik, dat ik meer heb toegezegd dan

Sluiten