Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spreker uit Noordholland. Hij wil, dat onder lit. c van art. 4 de laatste woorden, na het woord Burculo, wegvallen, want, zegt hij, de bijvoeging van die woorden praejudicieert. De aanleiding, om die woorden hierbij te voegen, is zeer eenvoudig. Het voornemen is de domeingronden onder Borculo te verkoopen zoo daaraan niet die bijzondere bestemming wordt gegeven, waaromtrent een wetsontwerp aan deze Kamer is voorgesteld. Wat is nu gebeurd? Er is eene overeenkomst gesloten tusschen een genootschap en den Minister van Financiën en mij, en bij deze overeenkomst is de uitoefening van het jachtrecht op die gronden aan dat genootschap toegekend. Ik heb gemeend, dat bij deze wet die bepaling der overeenkomst moest worden geëerbiedigd, of althans de eerbiediging er van opengelaten voor het geval, dat de overeenkomst door de aanneming van het voorgestelde ontwerp van wet wierd bekrachtigd. Wanneer de school niet tot stand komt, moeten de domeinen worden verkocht, natuurlijk met het jachtrecht tevens. Waren wij nu in dat geval, het zou niet te pas komen hier van Borculo te spreken. Ik zou er in deze wet in het geheel niet van hebben gewaagd, zoo dat wetsontwerp en die overeenkomst niet tusschen beide waren getreden. Maar nu heb ik gemeend, dat bij deze wet op hetgeen bij die overeenkomst is bepaald, moest worden gelet. Dit is de eenvoudige aanleiding, en ik meen dat deze bijvoeging niets praejudicieert. Wordt de overeenkomst niet bekrachtigd, komt de school niet tot stand, dan zullen de domeingronden worden verkocht en dan zal dit gedeelte van het artikel geheel geene werking hebben. Maar ingeval de overeenkomst wordt bekrachtigd, en de school tot stand komt, zou men de overeenkomst moeten veranderen zoo men het laatste gedeelte onder lit. c van art. 4 wegliet. Zietdaar den stand der zaak. Ik zal er nog dit bijvoegen. Ik zeide zooeven dat, wanneer die overeenkomst, wanneer het plan om te Borculo eene landbouwkundige school op te richten, niet bestond, hier van Borculo geen gewag zou zijn gemaakt, omdat die domeinen dan zeer spoedig zouden zijn verkocht, wellicht nog in den loop van dit jaar, zoo die verkoop niet reeds in het vorig jaar was geschied. Maar nu scheen het billijk, aan den Koning dat jachtrecht voor te behouden, totdat het lot dier domeinen zou zijn beslist. Waarom het recht van den Koning vóór dien tijd laten vervallen? Dit is de reden, waarom hier deze reserve gemaakt is.

Het was, bij het sluiten der overeenkomst, geenszins te doen om aan de leerlingen der landbouwkundige school een bijzonder genoegen te verschaffen; maar de meening van art. 8 der overeenkomst, waarin de uitoefening van het recht van de jacht op de gronden aan dat zedelijk lichaam wordt toegekend, is, den werkkring van die inrichting niet te laten storen door het domaniaal jachtrecht, op de gronden van Borculo rustende.

Ik kome in de tweede plaats tot het bezwaar, tot dusver niet ge-

13*

Sluiten