Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cn uit liel. De eerste zou evenzeer het vangen van houtsnippen wenschen zonder jachtacte toe te laten. Ik antwoord daarop ongeveer in den zin als de geachte spreker uit de hoofdstad; met de reden, die in het algemeen voor het stellen van prijzen voor jachtacten pleit: de bewaring van het wild. Het niet vereisehen van eene jachtacte is de jacht prijs geven aan elk en een iegelijk. Waartoe dat leidt, hetzij ten aanzien van eene enkele soort van wild, hetzij ten aanzien van het wild in het algemeen, heeft men in de laatste jaren in Duitschland ondervonden.

De geachte spreker uit Piel wenscht het verleenen van kostelooze vergunning tot visschen nog verder uitgebreid te hebben, dan de Commissie verlangde. De, mijns inziens, sterke reden, die tegen het amendement der Commissie pleit, strekkende, 0111 aan onvermogenden kosteloos consent te geven tot het visschen met één vischtuig, die reden pleit in nog sterker mate tegen die uitbreiding. Wij zouden op die wijze het visschen aan onvermogenden en die daaronder zouden worden begrepen, geheel vrij laten. Dit nu, gevoegd bij de algeineene vrijlating van het visschen met den hengel, schijnt mij inderdaad niet wel te rechtvaardigen.

De geachte spreker uit Leiden (de heer Taets van Amerongen) wenscht, dat onder de kleine jachtbedrijven ook worde gebracht het schieten van waterwild; gebeurt dat, ja het schieten van waterwild zal gemakkelijker worden; maar er zal minder worden gezorgd voor liet behoud van dat wild. Het zal een meer algemeen bedrijf worden, wanneer eene acte kan worden verkregen voor ƒ5, dan wanneer daarvoor ƒ 15 moet worden betaald. Ik vraag, is er eene bijzondere reden om hier beneden den gewonen prijs te gaan? Wil men over het algemeen de jacht meer vrij hebben, meer onder het bereik der minvermogenden stellen; men moet dan den prijs der jachtacte zeer matig stellen. Het eerste gevolg zal zijn, dat het getal der acten zal klimmen. Maar het toezicht zal niet meer behoorlijk kunnen worden uitgeoefend, en ik geloof, het wild zal langzamerhand verdwijnen.

Ik meen dus, dat deze bepalingen niet te hard zijn, maar dat zij dienen om het doel van deze wet, die eene acte en toezicht vereischt, te bereiken. Ik ben overtuigd, dat wanneer deze wet tot stand komt, de geachte spreker uit Tiel, zooals hij altoos pleegt te doen, een ieder zal opwekken tot gehoorzaamheid aan de wet, en elke ontduiking van de wet zal zoeken tegen te gaan, ondanks het medelijden dat hij te recht met den toestand der minder gegoeden gevoelt; een toestand waaraan bij deze wet evenmin, als elders, in die mate kan worden te gemoet gekomen als ieder edeldenkende zou wenschen.

Aandrang van den lieer Van dei- Veen, eene bepaling op te nemen, krachtens welke de landbouwer, zonder bond jagende, tegen geringe vergoeding iene acte moge verkrijgen, om zijne veldvruchten tegen het wild

Sluiten