Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Twee opmerkingen slechts. Vooreerst, de geachte voorsteller heeft dunkt mij, uit het oog verloren dat de woorden opzieners van de jacht en vwchery, reeds waren veranderd. Ik geef in bedenking of nu «relezen wordt: beambten met het toezicht op de jacht en rmcherij belast, zelfs in zijn zin wel verandering noodig is? Onder die beambten zouden, op zijn standpunt, ook de onbezoldigde opzieners kunnen worden begrepen, en in zooverre, dunkt mij, is het amendement volkomen nutteloos. Ten tweede, het amendement kan niet worden aangenomen, want het rijmt niet met de wet: „Tot het opsporen en „staven van overtredingen dezer wet en der verordeningen bedoeld „ ij art. 9, 10 en 11, zijn de beambten met het toezicht op'de jacht „en visscherij belast, bevoegd alle gronden, buiten die in art 19b „genoemd, te betreden." Dit kan nooit op particuliere opzieners slaan Die zijn juist aangesteld om op die gronden, welke art. 126 noemt te waken Blijven de voorstellers bij hun amendement volharden' net zal anders moeten worden gesteld. '

Nadere aandrang van den lieer v. Nispen v. Sevenaer.

De geachte spreker uit Tiel heeft gemeend, dat het artikel nu twijfel overlaat. Voor mij, ik zou den zin niet voor twijfelachtig houden Ik zou gelooven, dat hier moet worden gelet op de bijzondere bestemming, aan de onbezoldigde opzieners gegeven. Die bestemming is dat zij, op verzoek van den grondeigenaar aangesteld, tegen overtredingen van de verordeningen op de jacht en de visscherij waken in het belang van dien grondeigenaar. Zoo zou ik, wanneer ik als rechter zat het artikel verklaren. Op die bijzondere bestemming komt het nu dés te meer aan, zoodra het publiek jachtveld vervalt.

De geachte spreker uit Utrecht ziet het tegendeel in dit artikel. Ik laat aan ieders oordeel over, te beslissen, wie onzer gelijk heeft- ik laat aan den rechter over, de vraag, waarover wij verschillen uit te maken. Maar wanneer hetgeen hij meent in het artikel ligt 'dan is een amendement onnoodig. En het amendement — daargelaten mijn bezwaar, dat daarbij de bijzondere bestemming van deze onbezoldigde opzieners geheel over het hoofd zou worden gezien — blijft, dunkt mij, onaannemelijk van wege den openbaren strijd die er zijn zal tusschen de laatste woorden: „alle gronden, buiten die in art 126 genoemd", en de woorden: „beambten in dit artikel vermeld" De geachte spreker uit Zevenaar (de heer Van Nispen) zegt dat de onbezoldigde ambtenaren wel verlof zullen erlangen van" de grondeigenaars. Maar dat is de vraag niet; de vraag is, of de wet hun de bevoegdheid geeft. Volgens de wet zijn ze niet bevoegd de gronden in art. 126 te betreden zonder verlof van de eigenaars. Dat verlof moge onder de hand worden gegeven, zij mogen volgens de wet dien grond niet betreden als opzieners, om te constateeren. Het verlof van

Sluiten