Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

visscherij blijft er volgens deze wet bij het Ministerie van Binnenlandsche Zaken. Bovendien blijft er eene administratie in de provinciën; er zal zijn eene administratie bij den commissaris des Konings; eene administratie bij den hoofdambtenaar die onder den commissaris des Konings in de provincie zal werkzaam zijn; er zal eene administratie zijn bij de opzieners van de jacht. Eene administratie is onvermijdelijk. Indien de geachte spreker zoo ver wil gaan alle administratie af te schaffen, dan zal hij ook de jacht moeten afschaften. Die woorden: „door of namens de administratie", beteekenen eenvoudig, dat de processen-verbaal worden opgezonden aan dengene, die boven den opziener is gesteld; aan den inspecteur bijv., om daar te worden gecontroleerd, wat den vorm betreft. Wanneer die processen-verbaal van wege den vorm niet aannemelijk zijn, kan er geene vervolging worden ingesteld, al is de zaak ook vervolgbaar, en het is daaraan dat men te gemoet wilde komen. Men kon zeggen: van wege de administratie, al bedoelde men alleen den opziener, die constateert, zonder den inspecteur er in te betrekken. Maar mijne meening is, dat het noodig zal wezen, de processen-ver baal aan eene herziening te onderwerpen, zoolang wij niet opzieners hebben, aan wier processenverbaal niets zal ontbreken, en ik zie, bij de geringe bezoldiging, geen kans, dat personeel eensklaps en algemeen te verbeteren. Er zal herziening der verbalen moeten plaats hebben, schoon niet, zooals de geachte spreker uit Leeuwarden (de heer Ypeij) wilde, bij het centraal bestuur. Dit is, mijns inziens, niet noodig. Dat herziening b. v. door den inspecteur niet overeenkomstig zou wezen met het Wetboek van Strafvordering, kan ik niet inzien. In vele gevallen zullen de processen-verbaal aan het openbaar ministerie kunnen worden ingezonden onmiddellijk door de opzieners, soms door hen, aan wie de controle opgedragen is. Die controle zal, hoop ik, meer en meer overbodig worden, maar zij zal eerst dan geheel overbodig zijn, wanneer men een goed personeel van opzieners zal bezitten.

De geachte spreker uit Gouda (de heer Van der Linden) stelt voor, de laatste drie alinea's van dit artikel te doen vervallen. Ik geloof, hij heeft in het stelsel, streng genomen, volkomen gelijk. De overtreding, welke het hier geldt, gelijk te stellen met hoon en laster, het gaat, mijns inziens, niet op. Hoon, laster of overspel hebben eene eigenschap, die hier geheel en al wordt gemist. Die delicten hebben het karakter eener persoonlijke beleediging, dat hier niet bestaat. Maar er is hier stotfe voor eene publieke vervolging, en, wanneer inen dit stelsel zeer streng opvat, dan kon worden toegelaten, wat de spreker uit Gouda heeft gezegd, dat zij, gelijk bij diefstal, ook tegen den wil des aangerande haren loop hebbe. Ik geloof echter, dat, met het oog op de uitoefening van de jacht, en op de moeilijkheden , die men daarbij kan ondervinden, de voorgestelde matiging noodig is. Ik ontken niet dat uit de matiging zal volgen, dat de

Sluiten